Midden – west

Tejeda – La Aldea de San Nicolás

Donderdag 8 december
Het is nog een verrassing hoe we onze rustdag gaan vullen. Eerst het uitzicht aanschouwen te midden van de mauwende katten, een wasje doen en babbelen met de schoonmaakster die nu aan het strijken is, ook wel planchar.

Rechter foto: zicht op ons verblijf

Al wandelend naar boven naar het dorp, staat bij een museum de eigenaar buiten, die ons uitnodigt voor een rondleiding. Ten tijde dat het economisch beter ging en de bevolking overstapte op modernere spullen, heeft hij de mensen gevraagd of hij de spullen die ze afdankten mocht hebben.
Men vond dat maar gek, maar nu heeft hij een leuk gevuld museum met oude ambachtelijke werktuigen uit het Canarische leven en een leuk pand met vele kleine ruimtes. Duidelijk en met enthousiasme doet hij zijn verhaal. Entree vraagt hij niet, maar natuurlijk doen we graag een donatie.

Al slenterend door de straatjes van het dorpje komen we bij het terras van de eigenaresse van het hostel waar we wat drinken. Zij heeft hier drie horecazaken.
Via de begraafplaats, die in vele landen ook wat unieks hebben, wandelen we naar een bushalte omdat we benieuwd zijn of er zondag bussen rijden. Volgens deze tijdtabellen rijdt er op zondag niets, terwijl googlemaps wel mogelijkheden geeft.

Omdat het een feestdag blijkt te zijn, is de toeristeninformatie helaas gesloten. Dat blijkt vanmiddag ook het geval voor de Spar; bewust hadden we nog gewacht met de inkopen, zodat we er niet lang mee hoeven rond te sjouwen. Dan gaan we vanavond “noodgedwongen” uit eten.

De beroemde dulceria -bakkerij met zoetigheden- is wel open en doet goede zaken; de rij is lang. Voor het nette bedrag van €6, kopen we zes verschillende lekkernijen voor een proeverijtje.  Bij een kioskje halen we water, brood en eieren. Heerlijk ontspannen lezen we twee uur in een parkje, waarna we ons gaan oriënteren wat dit dorp aan restaurantjes te bieden heeft.

Er is een leuk ogend restaurantje, waar we waarschijnlijk ook veel groenten zouden kunnen eten. De uitbater vraagt of we al dan niet vegetarisch willen eten. Eveneens kan men hier schilderkunst kopen. De man wil net iets te graag dat we bij hem komen eten. We wandelen verder, zodat we rustig kunnen overleggen of we dit willen. Helaas zijn er nog geen andere gasten. De vraag is of het drukker gaat worden; het ligt wat minder in de loop en daarbij eten veel mensen juist ’s middags uitgebreid.

Restaurant Hemingway, waarschijnlijk is dat één van de andere zaken van de eigenaresse van het hostel, heeft aubergine op de kaart staan. In de hoofdstad hadden we hier heerlijk van gesmuld en de plek is leuk, dus is de keuze voor een restaurant gemaakt.
We starten met een kikkererwtensoep; gevolgd door gefrituurde aubergine en gebakken gerookte kaas, beiden met een soort pannenkoekstroop, en gegrilde groenten.

Rond 20 uur sluit het restaurant en worden we enigszins weggekeken. Deze man heeft er dan ook al een lange dag opzitten. We maken nog even gebruik van de wifi. Op zondag blijken er geen goede busverbindingen naar het volgende hostel in La Aldea de San Nicolás te gaan.

Dat betekent dat we er op een andere manier moeten zien te komen, of moeten annuleren, wat nog tot en met vandaag mogelijk is.
Op de weg terug komt er een hondje blaffend uit een steeg en pakken we een ander straatje.
Na nog even lezen, gaan we tijdig slapen.

Vrijdag 9 december
Vandaag staat de wekker, omdat we een wandeling gaan doen.
De waterdruk is er af en dus kunnen we niet douchen. Bij vertrek begrijpen we van de schoonmaakster dat het weer in orde is of dat er in ieder geval aan gewerkt wordt. Op weg naar het dorp, zien we inderdaad dat er werkzaamheden aan het waternet plaatsvinden.
De toeristeninformatie blijkt wederom gesloten, nu vanwege persoonlijke omstandigheden.

Het lijkt erop dat de aanlooproute naar de wandelroute via de weg kan of dat we via paadjes kunnen. Dat laatste betekent waarschijnlijk stijgen en dalen langs diepe kommen. We blijven op de weg, wat een goede keus lijkt, omdat reeds in de bocht al de eigenlijke wandeling naar de Roque Nublo start.

Tamelijk vlot lopen we naar boven en maken we de nodige hoogtemeters. De bewegwijzering hier in het binnenland is redelijk goed, al kan het wel eens zijn dat je op een punt met meerdere paden een verkeerd pad neemt, maar waarschijnlijk vind je het juiste dan wel weer. Aan het begin van de route waren er al mensen die waarschuwden dat een bepaald pad afgesloten was, of ergens anders heen ging; waardoor we al extra alert zijn of we op de juiste route lijken te zitten.

Roque Nublo, wolkenrots, bevindt zich, met nog een aantal rotsen, op een flink plateau dat doet denken aan een maanlandschap. Het is mooi en helder weer. Het uitzicht is super en op sommige punten, als ik de diepte inkijk, wat spannend.

Even dit uitzicht vastleggen.

Na wat pinda’s en walnoten geknabbeld te hebben, wandelen we via een andere
rustige route terug naar de weg, waar een bushalte zou moeten zijn. Deze is er ook, maar blijkt de halte voor de andere richting.
Het is 15.15 uur en volgens onze berekening zal ruim een uur later vanaf een kruispunt verderop een bus gaan. Dat betekent dat we tijd hebben om daar heen te lopen; eenmaal in het aanliggende gehuchtje, moeten we nog een half uur wachten. Bij een vrouwtje kopen we honing, twee kaki’s en amandelen.

Zicht op de Teide op Tenerife, het meertje en de plantages waar we overmorgen langs komen op weg naar de westkust.

In Tejeda slaan we voor twee dagen eten in; omdat de rijstpakken wel erg groot zijn, wordt het pasta. Ook gaat er weer een 8 liter fles water mee. Bij het café restaurant van de eigenaresse van het hostel informeren we naar de busopties naar San Nicolás bij de westkust of nabije omgeving; die zijn er niet.

We ontmoeten een echtpaar dat in San Nicolás heeft gewoond. Zij vertellen dat het vanuit Artenara in vier uur te lopen is. Dat is sneller dan we dachten; omdat het geasfalteerd is en geleidelijk daalt is het mogelijk vlot door te wandelen. We nemen dit ter overweging voor morgen.

Net na zessen, mooi voor het donker, zijn we terug en spreken de familie die hun intrek in het appartement naast ons heeft genomen. Zij zijn met drie dames, twee mannen en een jongen.

De pasta, een wijntje, schuimgebak en andere dulces smaken heerlijk. We spelen kwatro, ik doe een klein handwasje en we slapen tot kwart voor negen; aan nachtrust geen gebrek.

Zaterdag 10 december
Net als gisterenochtend eten we gebakken ei met kaas, met ditmaal ook olijven erbij. Van kikkererwten maken we een broodbelegje.
Met de dame die hier strijkt maken we een babbeltje en stemmen we af waar we morgen de sleutels achter laten. We spreken de familie die hier ook verblijft, alvorens naar de bushalte te wandelen. Zij overwegen mee te lopen, maar twijfelen, dus vertrekken we in de hoop een bus te kunnen pakken naar de kruising van de GC-60 en GC-607. Vandaar willen we naar Roque Bentayga wandelen, waar we vanuit het appartement op uit kijken.

Er gaat inderdaad een bus en na een kort ritje wandelen we vanaf de kruising rustig naar boven. Een automobilist vraagt of er boven een museum is -voor zover we weten is er een informatiecentrum- en biedt ons aan met hen mee te rijden, wat we afslaan.
Vandaag lopen we geen grote ronde, omdat ik nog rustig aan wil doen voor mijn rug en mijn knie licht voel. In het museum krijgen we het over geologische onderwerpen, de wetenschap, wat veronderstellingen zijn en wat echt is.

Zicht op ons onderkomen – de onderste witte huisjes in het midden op de foto- liggend onder het dorpje Tejeda..

Rechtsboven: zicht op de plantages in de verte aan de westkust waar we morgen heen wandelen.

Verder naar boven struinen we wat rond en eten; dat geeft me energie om op hoogte met zicht op de diepte meer te genieten, in plaats van dat de hoogtevrees sterker wordt.

De terugweg gaan we grotendeels via de asfaltweg. Aan het eind snijden we via een pad nog een hoek af, slingeren naar beneden en dan weer naar boven. We halen brood en drinken wat bij het cafeetje van de eerste dag.

Bij terugkomst is de familie, die van dit eiland komt, er ook, ondanks dat we geen auto’s zagen staan. Er blijkt echter een parkeerplaats achter het appartement te zijn. Ze nodigen ons uit voor de BBQ. Ik vertel dat ik vegetariër ben; verrassend genoeg blijkt één van de dames dat ook te zijn, iets wat je amper tegenkomt in Spanje. We nemen pasta, tomaatjes en wijn mee.

Het blijkt dat ze ook wat Engels kunnen, wat maakt dat de gesprekken voor de meesten te volgen zijn. Michiel verstaat vaak ook wel wat Spaans, de oudere man begrijpt wat minder van het Engels. Het blijken twee zussen te zijn met hun partner, met ieder een kind. De partner van de oudste zus is niet de vader van haar kind. Met de vader van haar kind zelf heeft ze geen contact. Het is super gezellig en lekker.

Michiel eet heel veel en heeft morgen vast energie om twee rugtassen te tillen. De wijn blijft aangevuld te worden; bij het 4e glas laat ik het grootste deel staan. Onze fles blijft onaangeroerd en het overgebleven deel van de pasta is morgen ons ontbijt.

Zondag 11 december
Vandaag willen we grotendeels te voet naar onze volgende hostel in La Aldea de San Nicolás. Het geheel lopen is net iets teveel. We kunnen via het noorden (Artenara) of het zuiden via de GC-606. Vandaag rijden er nauwelijks bussen. Wel is er 11.30 uur een bus in zuidelijke richting, maar het liefst vertrekken we eerder. Wie weet kunnen we een lift krijgen. We wandelen naar het busstation aan de rand van het plaatsje, wat met bagage dubbel zo lang duurt als gisteren, waar we na tienen zijn.

De meeste auto’s lijken naar Tejeda zelf te gaan. Een aantal auto’s stopt en lijkt te wachten op anderen; mogelijk gaan zijn wel verder.

Ik meen op te vangen van een gezin, dat bij een plattegrond staat te kijken, dat ze naar het zuiden gaan en vraag of ze iets zoeken. Zij gaan inderdaad zuidwaarts naar Santa Lucia. Op onze kaart laat ik zien dat we graag naar de kruising GC-60 en GC-606 willen om vandaar verder te wandelen naar La Aldea en vraag of we een stukje mee kunnen liften. Dat is prima.
Intussen is het al kwart voor 11.
Michiel hoort hen Frans spreken. Het is inderdaad een Frans gezin. Zij wonen sinds 14 jaar op Fuerteventura en hebben eerder op het afgelegen eilandje Tahiti gewoond. Thuis op de kaart zie ik een klein stipje (Frans-Polynesië) in de Stille Oceaan tussen Nieuw-Zeeland en Mexico. Het zou waarschijnlijk een mooie bestemming voor  “Floortje naar het einde van de wereld” geweest zijn.

Vanwege de nodige kilometers die nog in het verschiet liggen, wandelen we via de asfaltweg. Waarschijnlijk is het verloop geleidelijk en daarmee vlot. Naar beneden over onverharde paadjes is een extra belasting voor de knieën en mogelijk ook nog voor mijn rug. Zowel de witte weg GC-606 als de aansluitende gele weg GC-210 zijn ieder 11 km lang.

De route is rustig met weinig autoverkeer, soms wat motoren en een enkele sportieve fietser. De natuur is heel ruig met veel verschillende kleuren rotsen en later ook zwarte rotsen. Tussen de twee dorpjes op de route, El Toscón en Carrizal de Tejeda zijn wat honden langs de weg nabij hun erf. Op één plek willen zo’n zeven à acht honden op ons afkomen. Dat is een minder prettig moment. We hebben al wat stenen in de aanslag. Godzijdank blijkt dat de meesten van hen aan een ketting liggen. Bij een kerkje eten we brood met de eigen gemaakte humus, komkommer en pinda’s.

We zien cactussen, amandelbomen en er groeit divers fruit. Helaas hangen er nog geen verse vijgen aan de vijgenbomen.

Op de GC-210 bevinden we ons de eerste 7 km in een kloof Barranco de la Aldea. Aan het eind wordt het breder en zien we de doeken van de bananenplantages opdoemen die we gedurende de afgelopen dagen vanaf Roque Nublo en Roque Bentayga konden zien liggen.

Het is goed weer, zonnig en qua temperatuur prima te doen, al kan het zijn dat Michiel het daar niet volledig mee eens is en het wat warm vindt.

Bij La Aldea de San Nicolás lijken de nodige mensen een avondwandeling te maken. Het is alsof we in het kassengebied van het Westland wandelen. Met het verschil dat de kassen hier niet van glas maar van doek zijn. De tuinen zijn afgeschermd met muurtjes en gaas en er zijn amper zijwegen. Het oogt wat rommelig, wat Aziatisch aandoet.
Ik zie een grappige tuin waar bouwsels met afvalmateriaal zijn gemaakt; een folly-tuin. Het doet me denken aan “palais idéal” in Hauterives dat we in de Provence hadden gezien, maar dan veel kleiner.

Apart is dat we onderweg op de bewegwijzeringsborden eerst San Nicolás zien staan, dat later veranderde in La Aldea. Dat maakt het onduidelijk. Behalve op de kaart zien we nooit  “La Aldea de San Nicolás” staan.

Bij de straat waar het hostel zou moeten zijn, ontbreekt een straatnaambordje en zien we eveneens geen naambordje van het hostel. Vanaf een balkon roept iemand “Italiano?”. Ja inderdaad.
Op dat moment doet toevallig de eigenaresse de deur al open, zonder dat we aangebeld hebben. Ze heeft net ons mailtje van vanochtend -waarin we melden dat we komen- gelezen. Met hulp van de GPS zijn we een eind gekomen.

Uitgebreid spreken we met elkaar. Zij is een 45 jarige Italiaanse en pas sinds een half jaar officieel hier bezig met het verhuren van kamers. In haar twintiger jaren heeft ze nog even in Nederland gewoond en ze woont hier een paar jaar. Het huis is een familiehuis; de ouders leven niet meer en de zoons vinden het prima dat zij deze invulling eraan geeft.
We hebben het over andere gasten, Italianen, booking.com en meer. De inrichting is origineel met bedden van pallets en kledingrekken van klapstoeltjes. De bedden zijn redelijk goed. We schuiven ze ditmaal niet tegen elkaar aan, vanwege de constructie met pallets.

Zij is al de derde Italiaan die we, na Las Palmas en Teror, tegenkomen. We horen nu ook van haar, net als eerder van Claus en Doreté, dat de noordwestelijke kustroute is afgesloten. Reden is dat er een rots naar beneden is gekomen. Omdat men bezig is een andere weg aan te leggen, wil men deze niet meer repareren.
Dit heeft flink wat gevolgen voor de bereikbaarheid en reistijd. Als men naar La Palma wil of men bijvoorbeeld in tomaten handelt, moet men nu heel anders reizen.
Als wij tijdens de voorbereiding van deze vakantie bedacht hadden dat we langs die kustroute wilden reizen, dan hadden we flink wat aanpassingen mogen doen deze plek te bereiken.

Men noemt Gran Canaria hier ook wel een klein continent, omdat hier zoveel landschappen zijn, vanwege de verschillende klimaten en het feit dat het weer om kan slaan. 46% van het eiland, met name het (zuid)westelijk deel, staat op de lijst van Unesco.

Het fornuis is niet voor algemeen gebruik. Wel kunnen we het servies en bestek gebruiken en maken we een bonensalade.

Vandaag hebben we er, inclusief de wandeling naar het busstation, zo’n 26 km op zitten.

Na het eten spelen we kwatro. Het spel gaat lange tijd gelijk op, maar uiteindelijk versla ik Michiel.