Jakarta – week 2

Week 2

Zaterdag 26 maart
Het is half 9 als we wakker worden van de wekker. Vandaag hangen we de toerist uit.

Museum National
Per TransJakarta, de bus, gaan we naar het museum waar we half 11 arriveren. De gids van world heritage, die hier rondleidingen verzorgt, kent Annemarie van werkgroep 72 met wie ik vooraf per email in contact was gekomen toen ik op zoek was naar vrijwilligerswerk en activiteiten.
Zoals vrijwel altijd is het klam weer.
Hier komen we toevallig Kathrin, de KDM vrijwilliger, tegen met een aantal vrienden, een oud- en een huidige bewoner van KDM.
Een groep meiden wil graag met ons op de foto.

Tijdens de tour, die twee uur duurt, zien en horen we over uiteenlopende culturele thema’s.

Indonesië bestaat uit zo’n 15.000 eilanden, waarvan 6.000 onbewoond zijn. Deze liggen aan weerszijden van de evenaar.
Hindoeïstische beelden kenmerken zich op Java door de rechte voeten en in India door de gekruiste zit op de olifant.
Stoffen kunnen zowel gebatikt als geweven zijn; de grove weefstijl is vaak door de man gemaakt, de fijne door de vrouw. De zware stempels werden door de man gebruikt.

Fiets = sepeda

Het gaat over de evolutietheorie waar een relatief onbekende Engelsman – die door o.a. Indonesië reisde – en Darwin over nadachten en waar ze ieder over schreven. Alleen Darwin, die bang was over de evolutietheorie te publiceren, omdat zijn vrouw gelovig was, is bekend geworden.

Er is discussie over hoe de kleine bewoners van Flores, die niet groter waren dan 1 meter, in de evolutietheorie passen.

Ik vermoed dat het, voor wat betreft de onbekende Engelsman, over Wallace ging, waarover ik later het artikel “eerherstel voor Alfred Russel Wallace” tegenkwam in de Trouw van 23 maart 2019. Hij schreef  het boek “Het Maleise Eilandrijk”.

Grote smalle potten en keramiek zijn mannelijk, de brede lagere potten vrouwelijk. Er zijn kannen met een tuitje om uit te drinken, dat zwevend boven de mond werd gebruikt vanwege hygiënische redenen. Het zwart verven van tanden was een uiting van status en diende als bescherming.
De dragers voor de kinderen werd gemaakt door mannen en versierd door vrouwen die de menopauze voorbij waren; als ik het goed begrijp dienden de dragers als extra bescherming, teneinde de ziel in het kind te behouden.
Tussen 1800 en 1900 werd goud ontdekt, naast dat er nog iets anders belangrijks werd gevonden… wat dat is geweest, is mij niet bij gebleven.

De gids beveelt aan een “hidden citytour” te doen. Hier is de informatie die er nu nog over te vinden is.

Moskee en Kerk
In de Istiqlal moskee, de derde grootste moskee ter wereld, is een rondleiding met Engelssprekende gids mogelijk. Eerst moet een Duitse jongen nog een djellaba aan; vermoedelijk zijn wij voldoende gekleed. De moskee is indrukwekkend groot en heeft voor 60.000 personen plek in de grote binnenruimte. De totale capaciteit van het gebouw is 200.000, inclusief de gangen en buitenruimtes. De moskeeën in Mekka en Medina in Saoedi Arabië zijn groter. In Mekka zijn niet-moslims niet welkom (zowel niet in de moskee als niet in de stad). Hier is iedereen welkom.

In de grote ruimte staan 12 pilaren die op deze wijze symbolisch verwijzen naar de geboortedag van Muhammad.
Het vijf verdiepingen tellende gebouw, verwijst naar het 5x daags bidden en de 5 principes.
De mansgrote trommel in de moskee is niet typerend voor de Islam, maar van de Indonesische cultuur; voor deze trommel was één boom en één koe nodig.

In de moskee is ook de nodige symboliek verwerkt in het kader van onafhankelijkheid sinds 17-8-1945. Er is iets met de afmetingen van de minaret, of andere delen van het gebouw. Op wikipedia lees ik terug, dat de centrale koepel een diameter heeft van 45 meter, verwijzend naar het jaar van de onafhankelijkheid. De minaret is 66,66 meter hoog en verwijst daarmee naar de 6.666 verzen tellende Koran. De 30 meter hoge pinakel daarop, verwijst naar de adzja, de 30 hoofdstukken van de Koran.
Men leeft in vrede met de kerk aan de overkant. De architect van de Moskee is een christen.

Clinton, Obama en andere bekende personen zijn in de Moskee geweest, maar nog geen bekende Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders.

Het grote binnenterrein van het gebouw is zodanig betegeld dat in ieder vak een persoon kan zitten om te bidden; dit terrein wordt op vakantie en feestdagen tijdens de ochtend dienst gebruikt. De kiblat, oftewel de pijl, wijst in de richting van Mekka.

De gids geeft aan het einde van de rondleiding aan dat je, naast een eventuele donatie aan de moskee, hem een fooi kunt geven. Op de 10.000 die we geven -we hebben geen idee wat we redelijk vinden- lijkt hij matig te reageren. Later vragen we de Duitser wat hij gegeven heeft. Hij heeft 20.000 gegeven; waarschijnlijk hadden we wat royaler kunnen zijn.

De kathedraal aan de overkant van de weg heeft een mooie, sfeervolle tuin. We kunnen niet naar binnen. Wel staat er een rij mensen voor de deur. Vermoedelijk is met de Paasdagen de kathedraal op bepaalde tijden open, al dan niet voor een beperkt of bepaald publiek.

Kota – oude centrum – Fatahillahplein – café Batavia
Met de bus gaan we door naar Kota, het oude centrum, waar het heel druk is. Een mooie ronde trap leidt ons vanaf het busplatform naar straatniveau. Direct komen we Kathrin en de KDM groep weer tegen.

Er wordt van alles op straat verkocht, waaronder ook hier T-shirts met fietsen.
Jakarta is geen fietsstad, maar in deze buurt worden de oude, ook wel Onthel, fietsen nog volop gebruikt.

We vinden het prima dat een oud tandeloos mannetje, dat enkele woorden Nederlands spreekt, wat eurocenten voor roepia’s wil wisselen.

Schoolmeisjes willen, voor het vak Engels, een lijst vragen op ons loslaten; schattig lezen zij de vragen op.

We strijken neer in Café Batavia, waar de bediening aan de trage kant is. Zodra er aan de raamzijde, met zicht op het Fatahillahplein, een tafeltje vrij komt, mogen we verschuiven. Het is leuk de kleurrijke menigte, die geniet van het fietsen op de nieuwe, soms zuurstok gekleurde fietsen, te aanschouwen.

We smullen van een heerlijke gada gado salade met -door de gember- pittige pindasaus. Met daarbij aardappelen, taugé, spinazieachtige witte kool (volgens KDM is dat casaveblad), tempé en ei.

De heerlijke mocktail “Batavia” met o.a. een sterke meloensmaak, is verfrissend. Het drankje is relatief prijzig met 60.000. Totaal betalen we 308.000 (dus ongeveer 22,50 euro).

Blijkbaar zijn deze foto’s in het overwegend islamitische land geen probleem. 
Mannen urinoir: plassen in de vloer voor de spiegel.

Het schemert als we naar de haven wandelen. Ik voel met niet geheel op mijn gemak; ik vraag me af of dit veilig is. Daarom draaien we bij de oude brug weer om. Een man spreekt ons in het Nederlands aan en blijkt een gids te zijn. Ik wacht op wat hij wil; dat valt mee… hij geeft ons slechts zijn kaartje.

In de bus neem ik plaats in het vrouwendeel en staat Michiel vlakbij. Ik heb de indruk dat een jongetje wat wil zeggen; ik hoor hem iets tegen moeder zijn moeder zeggen en meen iets met “translate” te verstaan. Maar hij durft niets te zeggen.
Ik raak toch met moeder aan de praat en dus ook met haar zoontje van 9 jaar oud. De jongen volgt schrijftherapie en krijgt psychologische hulp, vanwege zijn hyperactiviteit, wat hem helpt. De vader is niet meer in beeld. Zij werkt als verzekeraar en staat in contact met ziekenhuizen. Ze geeft haar visitekaartje.

In de lounge nemen we een biertje, fruit en snoepen wat. Later doen we nog wat spieroefeningen, hebben contact met een warmshowers-host in Bogor, met Ricky en Hendro. We sluiten de avond af met het klaarleggen van de spullen voor de komende dagen, verslag typen en douchen.

Zondag 27 maart
Vandaag starten we met de autoloze zondagochtend, samen met Ricky, die daar toch nog tijd voor heeft. Kwart voor 6 staan we naast ons bed, en na het ontbijt om 6 uur gaan we door naar Pouls appartement om fietsen te halen, die hij van een kennis geleend heeft.

De fietsen komen van Republic Dutch aan de Oudegracht in Utrecht. We chatten met Ricky, met wie we 7 uur hebben afgesproken, en vinden elkaar vlot. Intussen is het toch al half 8.

Het is leuk dit feestelijke festijn met de eettentjes, muziek, wandelaars, skaters en fietsers mee te maken. De drukste straten waaronder Jalan Thamrin en de Semmangi Flyover zijn dan alleen toegankelijk voor stadsbussen. Gezien de drukte is het soms slalommen, vooral daar waar de weg van vijf naar drie rijstroken versmald is i.v.m. de aanleg van de metrolijn. Ricky vertelt dat het leuker was in de begindagen van de autoloze zondagochtend toen het nog niet zo druk was en je lekker kon doorfietsen.

Ricky gidst ons buiten de autoloze zone via Glodok (Chinatown) naar Sunda Kelapa (oude haven) waar we nog graag bij daglicht een bezoek aan brengen. Het is hier oppassen geblazen tussen de auto’s, taxibusjes en brommers.
Chinatown bestaat uit smalle straatjes en steegjes met her en der kraampjes. Ricky heeft de neiging er tussendoor te fietsen, waar wij toch eerder zouden lopen. Hij geeft aan dat hij -in zijn woorden agressief, maar ik zou zeggen assertief- heeft leren fietsen. Ik vind hem netjes in het verkeer. Bij de autoloze zone riep hij mensen op van de busbaan af te gaan, zodra de bus eraan kwam, of te stoppen voor het gemotoriseerde dwarsverkeer.

In Glodok bekijken we twee tempels. De eerste is een oudere, waarvan een deel afgelopen jaar, de dag na Chinees nieuwjaar, is afgebrand. De zwartgeblakerde balken zijn nog zichtbaar.
De kleur rood en de wierookdampen voeren de boventoon in deze mystieke omgeving.
Bijzonder dat we dezer dagen een kathedraal, een moskee en deze tempels bezoeken.

De oude haven, Sunda Kelapa, blijkt nog wel een stukje verder dan de oude brug, waar we gisteren omgedraaid zijn. Het is maar goed dat we gisteren niet doorgegaan zijn. De vraag is of we de entree gevonden zouden hebben. Daarbij is het tamelijk rustig en verlaten, wat in de avonduren waarschijnlijk ongemakkelijk gevoeld zou hebben en het was dus nog een aardig stukje lopen geweest.

Men vraagt entree. Verderop zetten we onze fietsen op slot. De houten schepen zijn groter dan ik had verwacht; zat vooral aan kleine zeilbootjes en motorbootjes te denken.
We slaan het aanbod van een aantal verhuurders om met een bootje te varen af. Ricky vertelt dat je een tocht naar de duizend eilanden kan maken; een groep van 110 Indonesische eiland in de Javazee, die één van de zes gemeenten van Jakarta vormen, lees ik veel later.
Ook hier zien we de oude Onthel fietsen nog regelmatig. Ricky zegt -al dan niet serieus bedoeld- dat het ook taxi’s zijn, omdat er mensen achterop zitten.

Op de terugweg passeren we de plek nabij Starbucks waar een aantal maanden geleden een terroristische aanslag plaatsvond, een week voordat Michiel voor de 2e keer naar Jakarta ging. Ik weet nog goed dat ik het las en het hem liet lezen toen hij stond te douchen; ook zijn hart sloeg over.

Ricky vraagt of we nog ergens ijskoffie willen drinken. Omwille van ons darmstelstel en veiligheid -hij weet ook niet wat hier voor ijs gebruikt wordt- doen we dat niet. Daarbij is het prettiger om nog tijdens de autoloze periode terug te fietsen en gaan we vanmiddag naar Bogor waar we met Dede -een warmshowershost- hebben afgesproken.

Het is al rustiger, zodat we lekker kunnen doorfietsen. Ricky fietst nu nog een deel van het traject op mijn fiets en geniet van de traploze versnelling.
We nemen afscheid van Ricky, stallen de fietsen bij Poul en als we bij de bushalte komen, net na 11 uur, is het autoverkeer weer op gang gekomen.

Zie voor de rest van deze dag Bogor-warmshowers

Maandag 28 maart
Bogor-warmshowers

Dinsdag 29 maart
Na het eten van gisteren, op toch wat riskante plekken, zijn we blij zonder problemen op te staan. Vandaag blijf ik de hele dag in het hotel; lekker bijkomen na de vele indrukken van de afgelopen periode.
In de loop van de dag ga ik opvallend vaak naar het toilet; zes keer is toch wel wat te teveel van het goede.
Later in de middag word ik minder fit en eind van de middag voel ik me ziek. Ik moet vier keer overgeven.
Ik doe weinig vandaag; wat Facebooken, surfen en lummelen.
Morgen zou ik weer naar KDM gaan en de kinderen wat vertellen over Nederland. Dat zie ik, gezien mijn huidige toestand, niet zitten en ik heb ook geen energie om nu de les voor te bereiden. Ik stuur Ian en Kathrin, de Duitse vrijwilliger, een appje dat ik helaas niet meer kan komen.

Woensdag 30 maart:
Gelukkig is de misselijkheid gisterenavond niet meer teruggekomen. ’s Nachts slaap ik niet aaneengesloten, maar ondanks de zware benen, lukt het me wel rustig te blijven liggen.

’s Ochtends ben ik nog slap en futloos. Het ontbijt houd ik beperkt met yoghurt, mintthee en de Aziatische banaantjes die speciaal voor mij bij het hotelrestaurant beneden besteld worden; boven in de loungeruimte zijn ze op. Men brengt me een schaaltje en ik mag wat overblijft meenemen naar de kamer.
Ik voel me wel fitter, maar puf iets te doen heb ik niet. ’s Avonds eten we bij de Dim Sum; deegwaar trekt me nu meer dan de hapjes in de lounge.

Donderdag 31 maart:
Vandaag ben ik fitter en als vervanging voor de les die ik gisteren bij KDM zou geven, maak ik een opzet voor een document met informatie en plaatjes over Nederland die ik later zal mailen t.b.v. een les.

’s Ochtends loop ik eerst met Michiel mee naar de bushalte, zodat ik daarna de OV-pas heb. Je hebt die alleen nodig voor het inchecken. We hebben namelijk het idee om na zijn werkdag naar Monas te gaan, naar de marktkraampjes die ik afgelopen week zag met o.a. de fiets t-shirts. Aansluitend kunnen we dan naar een aanbevolen restaurant Lara Djonggrang.

’s Middags bedenk ik me dat het misschien leuk is te winkelen in het door Kira aangeraden winkelcentrum Ambassador en onze kledingkast aan te vullen. Ik app Michiel, die dat ook prima vindt.
Het is voor mij twee haltes bussen, naar halte Bedungan Hilir, waar Michiel dan vanuit Poul naar toe wandelt.

De hectiek overvalt me na het grootste deel van de afgelopen dagen binnen geweest te zijn.

Ik moet lang wachten op een bus; de eerste en tweede bus zijn al aardig vol en laten daarom maar een beperkt aantal mensen toe. Een andere bus neemt niemand mee en lange tijd komt er geen bus meer.

Ik vraag me af of ik niet liever een avond in het hotel blijf i.p.v. in deze gekte.
Als ik op het busplatform arriveer, zie ik zodra de deuren opengaan, Michiel al. Dat betekent dat hij toch al voorbij de incheckpoortjes is. Misschien is hij meegelift op iemands kaart om direct met me mee te gaan?
Het blijkt dat Michiel heel bezorgd was, waar ik bleef. Hij had ge-sms’t en gebeld, wat ik niet gemerkt heb in de hectiek; het is dan onhandig de telefoon te gebruiken en te horen. Omdat hij bezorgd en gespannen was, wilde hij snel naar mij toe en heeft hij een buskaart gekocht. Erg lief.
We lopen nog terug naar Pouls appartement, omdat Michiel zijn paraplu vergeten is. We twijfelen of we gaan shoppen of naar het restaurant gaan. Naar Monas gaan, voor de markt, lijkt ons niet zinvol; de kans is reëel dat er niemand meer is, nu het donker is. De hectiek maakt dat we geen zin hebben in een bezoek aan een winkelcentrum en dus gaan we ons laatste avondje hier gezellig uit eten.

Een deel doen we per bus en een deel lopend; dat laatste duurt langer dan verwacht en daarom nemen we nog een stuk de taxi. De chauffeur rijdt een blokje om, vermoedelijk omdat hij de exacte locatie niet weet. We pakken googlemaps erbij en gidsen hem erheen.

Het restaurant is en gezellige, sfeervolle plek met voor de entree een mooie, grote, oude boom. Binnen zijn diverse, mooi aangeklede ruimtes. Het eten smaakt goed, al ben ik, na de afgelopen dagen, wel sneller dan normaal gevuld.

Gelukkig is hier, net als bij de meeste horeca, het rook- en niet rookgedeelte gescheiden. De rookruimte stinkt behoorlijk.

De taxi krijgt een lekke band en we stappen over op een andere. We nemen in Jakarta ook andere taxi’s dan de Bluebird, maar wel altijd taxi’s met een meter.
Na nog een tijdje op de hotelkamer, gaan we rond middernacht slapen.

Bestand voor KDM op site

Vrijdag 1 april
Het is het laatste kantoordagje hier voor Michiel. Ik leg alvast wat spullen klaar voor ons vertrek.
Voor tienen bus ik naar Monas, omdat ik voor de neefjes, nichtjes en onszelf nog t-shirts wil kopen met fietsen erop.

De toeristische teksten met Jakarta/Monas erop hadden wel weggelaten mogen worden. Ik vind het toch lastig beslissen en app Michiel wat foto’s.

Omdat hij in overleg zit, laat een reactie even op zich wachten. Als ik, na een hoofdband (buff) gekocht te hebben, wil vertrekken appt Michiel. Het shirt dat hij wil, blijkt duurder dan op het bordje staat. Vermoedelijk is dat vanwege de kwaliteit van het katoen of de opdruk, maar het kan even goed zijn omdat ik overduidelijk een toerist ben. Als onderhandelen niet lukt, loop ik naar een andere kraam; zij hebben het shirt, in een andere kleur, voor een lagere prijs.

Ook koop ik bijna een portemonnee voor Michiel, die wel een nieuwe kan gebruiken, totdat ik me realiseer dat deze portemonnee geen muntgeldvakje heeft. Hier is dat niet vreemd, met vooral biljetten en slechts 500 en 1000 roepie munten (die laatste zijn ongeveer 7 cent waard), maar bij ons is een dergelijk vakje toch wel handig.

Op weg naar de bushalte vragen twee mannen op een bankje of ze mij wat mogen vragen. Ze zijn benieuwd waar ik heen ga. “To my place”, antwoord ik. Ze vragen het nogmaals en eveneens waar ik vandaan kom. Ik antwoord uit Nederland en vraag wat ze willen. Ik zie een tas en vermoed dat ze wat willen verkopen; om de omslachtige benadering zit ik niet te springen. Dan blijkt dat zijn broer met mij op de foto wil.

Als ik 13 uur terug ben, heb ik, voor de uitchecktijd, nog een uur om te douchen en de spullen te pakken. Dat is toch nog even opschieten. In de lounge, met zicht op de bagage, wacht ik op Michiel die net na 16 uur komt. Hij kleedt zich nog even om, we herschikken de handbagage en pakken de taxi naar de luchthaven. Het is altijd een verrassing hoe lang dat duurt.

Er zijn wat files, maar anderhalf uur later zijn we op de bestemming. Nabij de luchthaven rijden brommertjes die gebaren of we met ze mee willen. Dat is vaak een oplossing voor wie in de file staat en nog een vlucht wil zien te halen. Wij zijn ruimschoots op tijd en hebben nog een uur of vier. De chauffeur krijgt de twee blikjes cola die we over hadden van het hotel.

De medewerkers van de incheckbalie gaat met onze paspoorten en mijn print van het ticket naar een andere balie. We wachten. Na een tijdje komt hij terug en zegt dat het voor mij in orde is. “Van Michiel niet”, vraag ik. “Nee”, is zijn reactie.  Hij gaat weer terug naar de andere balie. We wachten.
Het roept vragen op en het wachten maakt een beetje onrustig. Michiel loopt naar de andere balie en vraagt wat er aan de hand is. Ze kunnen hem niet vinden op de reserveringslijst, terwijl hij wel een e-ticket heeft. Al met al wachten we een kwartiertje. Gelukkig komt het goed. Op de middelste rij stoelen -wat handig is omdat met de 3×3 rijen stoelen we dan een gangpad naast ons hebben- is geen plek meer en dus zitten we aan de raamkant.

Op de luchthaven kosten de fietsjes die ik bij Monas gekocht heb twee keer zoveel.
Bij een restaurantje waar Michiel de vorige keren op de luchthaven ook zat, mij appte en nog verslagen typte, strijken we neer. We besteden onze laatste roepia’s aan spaghetti, friet en ananassap.

Het is 1 april…ik zend een Whatsapp bericht aan familie dat Michiel me net ten huwelijk gevraagd heeft.