KDM – Straatkinderen project

KDM
Dinsdag 22 maart

I.v.m. privacy van de kinderen, heb ik een beperkt aantal foto’s opgenomen.

Via Michiels collega die contacten heeft met Terres des Hommes, ben ik in contact gekomen met KDM, een opvangcentrum voor ex-straatkinderen in Bekasi. Hier wil ik me een aantal dagen inzetten. Na het ontbijt wil ik rond kwart voor 9 de taxi pakken. De reis zou 45-60 minuten moeten duren, maar dat is hier altijd sterk afhankelijk van de verkeersdrukte. Ian, de vrijwilligerscoördinator heeft de routebeschrijving in het Engels en Bahasa (Indonesisch) geappt.

Beneden blijkt dat de taxi’s staken en adviseren ze me de duurdere Silverbird i.p.v. de goedkope Bluebird te nemen. Ik zie echter nog een Bluebird passeren en geef dat aan. De man zegt “wacht even” en de vrouw achter de balie zegt me dat ik een minuut of 20 moet wachten. Eerst blijven we buiten staan, maar dan ga ik toch in de koelere hal staan. Michiel vertrekt naar zijn werk en ik vraag hem mij te informeren als hij om de hoek van het hotel toch een Bluebird ziet staan. Direct komt hij terug om me te vertellen dat er net één aan komt rijden, met daarin de man die voor ons op zoek ging naar een Bluebird. Deze man staakt niet en loopt het risico dat zijn collega’s hem dat kwalijk nemen. Hij zal wat om rijden, zodat hij niet in de staking terecht komt -een deel van de wegen is geblokkeerd- en om problemen met zijn collega’s te voorkomen. Onderweg zien we enkele andere Bluebird taxi’s die elkaar waarschuwen waar wel en niet te komen. Het is druk op de weg omdat men door de staking noodgedwongen andere routes moet nemen. Het eerste deel gaat in kruiptempo door de stad. Gelukkig spreekt de chauffeur Engels wat een prettiger gevoel geeft. Zijn moeder belt hem, wat ze vaker doet als hij aan het rijden is. Hij zegt dat moeders altijd -bemoederend- bellen met hun kinderen; ook al is hun kind intussen zelf ook een ouder. Hij is blij dat ik begrijp dat hij nu niet sneller kan, niet alle passagiers schijnen dat begrip te hebben. Het is simpel; ik wil dat we beiden weer levend terugkomen en heb geen behoefte aan onverantwoord haast gedrag. Ik app Ian dat het wat later wordt.

We bereiken de tolweg. Ik heb hem de reisbeschrijving laten lezen in mijn whatsapp en daarnaast houd ik googlemaps in de gaten. Praktisch dat we voor mij een lokaal simkaartbundeltje hebben aangeschaft. We vinden het probleemloos; vlakbij checkt mijn chauffeur het nog bij een winkeltje. En wat ik al vermoedde klopt; we zijn er tien meter voorbij gereden. Het ritje heeft 147.000 roepia’s (rupiah) gekost, waar ik 170.000 van maak. Dat is ongeveer €12.

Half 11 wandel ik de oprit van het terrein op; een kindje rent weg voor me. Bij het KDM begrijp ik dat sommigen in de buurt nog schrikken van blanken, omdat ze die niet gewend zijn. Dit in tegenstelling tot de kinderen van KDM die vaker internationale vrijwilligers ontmoeten. Bij de slagboom vraag ik naar Ian en kan ik verder lopen. In het gebouwtje zit een dame die me naar het kantoortje van Ian brengt, die me een folder en een rondleiding geeft.

KDM is in 1972 gestart en groeide met hulp van christelijke organisaties. In de tuin is het graf van de oprichter. De overheid ondersteunt KDM niet i.v.m. godsdienstige en politieke redenen. Als in 1978 de financiële middelen op zijn, stopt KDM een korte periode. Een Nederlandse journalist ontdekt KDM waarna er weer geldstromen op gang komen uit o.a. Nederland. De sponsornaam die hij noemt, is mij onbekend. Op een aantal van de gebouwtjes staat soms vermeld door wie, bijv. welke NGO, het gefinancierd is.

Kinderen komen uit verschillende situaties:
1. Straatkinderen die al verlaten zijn door ouders/geen ouders meer hebben of zelf er vandoor zijn gegaan
2. Kinderen die met hun familie op straat leven
3. Kinderen die nog thuis wonen in omstandigheden die niet goed zijn; denk aan armoe of mishandeling.
Van sommige kinderen wonen ook de broertjes en zusjes hier. Soms moeten ze grote moeite doen om de ouders of andere familieleden, indien die in beeld zijn, zo ver te krijgen dat de kinderen hier mogen opgroeien.
De eerste groep is minder goed vindbaar, omdat ze op plekken waar ze makkelijk te vinden waren -waar eten te vinden is, zoals stations en politie- geweerd worden. Soms neemt de politie contact op met KDM.
Toen ze startten, was KDM ook voor gezinnen, maar voor de ontwikkeling van de kinderen bleek het beter dit apart van de ouders te doen. Ik vermoed dat dat te maken heeft met het loskomen uit patronen.

Ian werkt in een ruimte met de directie en organisatorische staf. Ook is er een ruimte waar de activiteitenstaf zit. Verder werken hier leraren, schoonmakers en de parenties die de verzorging van de kinderen op zich nemen. Het mooie van dit project vind ik dat er met Indonesiërs gewerkt wordt i.p.v. met de -soms betweterige- westerling. Ik denk dat het goed is dat het lokaal gedragen wordt, ook i.v.m. de cultuur en dat hiermee de basis stabiel is. De vrijwilligers, al dan niet uit het buitenland, zijn er dan als extra ondersteuning, om hun wereldbeeld te vergroten, talen te oefenen, enzovoort. Ik denk dat op deze wijze de wisseling van de medewerkers niet te groot is, zodat er geen problemen zijn met hechten en weer afscheid moeten nemen. Eerst heb ik de indruk dat er alleen christenen werken, maar vrijdag ontmoet ik ook moslima’s. Ook de kinderen zelf komen uit verschillende culturen. Soms gaan kinderen terug naar het straatleven, maar merken ze dat het bij KDM toch beter is.

Er zijn drie leslokalen, werkruimtes en slaapruimtes voor kinderen en vrijwilligers.
De klassen zijn ingedeeld op basis van niveau i.p.v. op leeftijd. Er is een klas die zich richt op het rekenen, lezen en schrijven met daarin alle leeftijden. Daarop volgt basisonderwijs met een hoger niveau en dan een soort highschoolklas die toewerkt naar het behalen van een certificaat. Op de peuterspeelzaal zitten ook wat kindjes uit de buurt, zodat er meer interactie is. Zij zijn nu niet aanwezig, omdat het een vakantieperiode is.

Kathrin, een Duitse vrijwilligster die hier voor 4 weken is, vertelt dat de kinderen met z’n vieren in een ruimte slapen. Ze is onder de indruk dat de kinderen slechts op matjes slapen. Ik heb de indruk dat het kille kamers zijn. Ian vertelt dat de kamers overdag op slot zijn, zodat er zicht is op de kinderen en ze zich niet terugtrekken; KDM wil juist het socialiseren stimuleren. Als de kleintjes slapen zijn hun deuren op slot. Waarschijnlijk is dat om te voorkomen dat ze kunnen wegglippen of anderen erbij kunnen. Door de vensters kan men zien of de kinderen wakker zijn. Ik vermoed dat de kinderen weinig privacy hebben al vertelt Kathrin dat ze wel ziet dat kinderen zich, als ze daar behoefte aan hebben, terugtrekken in een hoekje op bijvoorbeeld de gang en ze daar dan met rust worden gelaten.

Een jongen, die eerst straatkind was, beheert de technische werkplaats en wordt de manager daarvan genoemd. Drinkflessen, o.a. van KLM, worden tot wijnglazen getransformeerd door ze doormidden te snijden en de delen omgekeerd aan elkaar te bevestigen. Van plastic dopjes, die ze verpulveren en smelten, maken ze zittingen voor krukjes. Deze producten vinden geen aftrek in Indonesië, maar worden in het buitenland verkocht. In de ochtend is er een aantal jongeren aan het werk en na drieën is er meer activiteit en is men o.a. aan het slijpen.

Boven is een galerie met producten die ze ontvangen hebben voor de verkoop en al dan niet nog creatief bewerkt worden. Ook zelfgemaakte producten van kinderen en medewerkers, zoals maskers en schilderijen, worden hier of elders verkocht.

In de schilderruimte is een jongen van een jaar of 15 een doek met allemaal auto’s aan het beschilderen. De jongen heeft moeite kennis op te nemen; zijn korte termijn geheugen is slecht. Of hij zwakbegaafd is, onderwijs in zijn jonge jaren gemist heeft, of dat het een gevolg is van het gebruik van verdovende middelen, weet ik niet. Hij woont hier sinds zijn elfde. Daarvoor leefde hij met vrienden op straat, die hem in een jurkje kleedden, waarna hij sex met homoseksuele mannen moest hebben.

Iedereen die hier woont gaat eerst elders drie tot zes maanden rehabiliteren. Ze moeten wennen aan een nieuw leven, loskomen van hun omgeving en basisvaardigheden -als zich wassen, aankleden en zichzelf verzorgen- eigen maken. De eerder genoemde jongen vertoonde bij KDM in het begin gedrag bij jongere kinderen, dat hij vroeger zelf onderging. Hij werd er niet voor gestraft, maar moest wel leren dat dat niet goed en niet normaal is. De jongen voelt zich op zijn gemak als hij schildert.
Sommige kinderen lijken al gesocialiseerd en gewend, anderen lijken nog in hun eigen wereldje te zitten of een defensieve houding te hebben.

Slechts twee meiden hebben interesse in het werken in het aanwezig naaiatelier. Ook medewerkers maken producten. Een ontwerper heeft hen gevraagd bepaalde producten te maken, zoals tassen, hoesjes voor tissues en toilettasjes.
Het eerste wat één van de medewerkers met de meiden gemaakt heeft, zijn stoffen popjes die symbool staan voor straatkinderen. Men kan een popje kopen voor 100.000 rupiah’s (€8), waarvoor een kind voeding, onderwijs of medische zorg kan krijgen.
Als ik hier ’s middags weer met de kinderen loop, vraagt zij of ik iets koop. Ik koop het poppetje. Eén van de meiden die hier in het naaiatelier werkt, vraagt of ik ook een product van haar wil kopen.
Ik wil hierover nadenken en zeg dat ik dat dan vrijdag doe, omdat ik nu voldoende geld voor de taxi over moet houden. Ik koop een toilettas, dat is slechts 50.000 roepia’s. Dat is leuk als stimulans en goed voor het zelfvertrouwen.

Later in de week begrijp ik van Kathrin dat alle kinderen moeten sparen, zodat ze op hun 18e wat hebben. Voor dit meisje geldt dat 30% van de prijs die ik betaal naar haar gaat. Er is sprake van algemene corvee, maar voor sommige type klussen in bijvoorbeeld de tuin, kan men ook geld verdienen.

Vandaag hoor ik van haar dat de kinderen half zes opstaan, zich aankleden, wassen en dan taakjes hebben, zoals schoonmaken. De parenties maken ook schoon. De kinderen hebben van 8-12 uur school, om 13 uur is de lunch en  ’s middags hebben ze praktijk, zoals de creatieve vakken, computerles, kookles, soms therapie e.d.

Rond lunchtijd eet ik de meegenomen hotelbroodjes. Ook krijg ik hier nog een bakje met lunch. Vis eet ik niet en de meloen laat ik staan i.v.m. eventuele risico’s van onverwarmd voedsel. De rijst en een soort spinazie (papayablad?) eet ik wel. Kathrin eet ook vegetarisch en haalt soms wat anders omdat ze het wat eenzijdig en koolhydraatrijk vindt met drie keer per dag rijst, vaak dezelfde groente en weinig fruit. De buurt doet soms schenkingen, maar dat zijn vaak ook snoepjes, wat van haar fruit zou mogen zijn. Naast de dagelijkse drie maaltijden krijgen de kinderen twee tussendoortjes.

Ik vul nog een vrijwilligersformulier in met de nodige vragen. De vragen naar referenties lijkt me, in mijn geval, mosterd na de maaltijd.

Zowel met Ian als later met de activiteitenstaf heb ik het over wat ik zou kunnen doen op de dagen dat ik kom. Ik heb de indruk dat Ian denkt dat ik vanmiddag weg ga, maar ik kan prima blijven als extra helpende hand en om nog meer een indruk te krijgen. Dan heeft de taxirit ook nog enige zin; het is tenslotte toch nog wat reistijd.

Ik spreek met hem af dat ik wat met de jongste kinderen kan doen die nu vakantie hebben. Voor de oudsten is bovendien al een activiteit.
Ik laat Kathrin en een medewerkster de meegenomen spellen Halli Galli en pinguinparty zien en we besluiten dat we vrijdag met de jongsten Halli Galli kunnen proberen. Gezien hun beperkte concentratie kunnen we daarnaast improviseren en nog wat anders doen als boekjes lezen, knutselen of iets buiten doen.

Het is puzzelen of ik me naast de vrijdag, nog meer dagen kan inzetten. Ik had van te voren ook volgende week woensdag en donderdag doorgegeven. Daarop gaf hij aan dat ze de woensdag en donderdag al wat anders hadden, maar nu geeft hij aan dat ik die woensdag toch wel iets kan doen. Ik hoop dat hij niet ook alsnog inzet op eerder aangegeven donderdag verwacht, omdat intussen mijn programma in Jakarta zich met andere dingen vult. Dat noem ik hem niet.
We spreken af dat ik dan die woensdag, na schooltijd iets creatiefs met de tieners ga doen. Hij vraagt of ik ideeën heb. Ik denk aan het gezamenlijk maken van een schilderij met hun droom wat ze over 30 jaar willen zijn. Ik denk bewust aan een lange tijd vooruit, zodat ze niet de illusie hebben dat ze in heel korte tijd hun droom al bereiken. Ik ben lichtelijk geïnspireerd door het Nederlandse initiatief New Dutch Connections, waarbij jonge vluchtelingen hun talent herontdekken. Al ging het daarbij niet om een droombeeld in de toekomst.

Ian heeft ook nog een idee; hij heeft nog post liggen. Het gaat om een doos met kartonnen vellen die tot iets te vouwen zijn. Hij zal me de link geven waarop de instructie te vinden is.
Echter hoor ik later van de activiteitenstaf dat de tieners die woensdag al wat te doen hebben. Dus besluiten we dat ik wel kom, maar o.a. wat met de peuters kan doen tussen lunch en slaaptijd. En mogelijk kan ik me verder dan nog spontaan nuttig maken.
Ook kan ik met Ian bespreken of ik in een les nog wat kan presenteren over Nederland. Kathrin heeft dat over Duitsland gedaan. Het is een les die ik in het hotel kan voorbereiden.

In de middag ga ik mee naar de kookles die in een kleine keuken plaatsvindt. Het gas van de grotere keuken is op. De kinderen, van ongeveer 5 – 14 jaar oud, hebben examen. Ze maken een soort puddinkjes, met chocolade, meloen en rumsmaak.
Het valt Kathrin vaker op dat een dergelijke activiteit hier chaotisch overkomt, maar er altijd wat uitkomt. Ik heb wel bewondering voor hoe ze daar met elkaar bezig zijn. Er is een jongen die erg goed Engels spreekt en geïnteresseerd is, hij wil de ICT in.
Er is nog een jongen die mij van alles vraagt, maar geen woord Engels spreekt en anderen nodig heeft om te tolken. Grappig en vermoeiend, die volharding. Hij lijkt niet geheel door te hebben dat ik hem niet begrijp. Ik voel me bezwaard als de docent van de kookles moet tolken; dan voel ik me een stoorzender tijdens de examenles.

De kinderen vinden het waarschijnlijk leuk hun Engels te oefenen en andere mensen te ontmoeten. Als ik de kinderen vertel waarom ik hier ben, namelijk dat mijn “boyfriend” nu in Jakarta werkt en ik ook wat te doen wil hebben, zie ik een giechelend lachje. Gemakshalve zeg ik later dan maar “husband”.

Twee keer is er onweer met een flinke hoosbui. Als ik op zoek ga naar Ian om hulp te vragen bij het regelen van een taxi terug, blijkt dat hij me tien minuten ervoor ge-sms’t heeft met de vraag of ik er nog ben. Hij vraagt of ik met Ubertaxi wil mocht Bluebird niet rijden i.v.m. de staking. Tja, ik moet wat. Ik vraag hem of het veilig is en of ik achteraf bij aankomst, geen gedonder krijg over een prijsafspraak. We zullen van te voren een afspraak maken. Bluebird krijgt hij niet te pakken en hij zal een andere taxi, met meter, bellen en loopt weg.

Ik praat met de vader van Jonathan, een student die daar filmopnames maakt voor zijn studie. I.v.m. privacy mag hij de opnames niet verspreiden, net als dat ik de foto’s die ik maak, niet op Facebook mag zetten. Hij vertelt dat zijn dochter Jessica 19 mei 1998 is geboren en dat zijn zoon Jonathan van 19 mei 1989 is.

Ian komt na een kwartiertje verregend terug. Ik wist niet wat hij aan het doen was. Het blijkt dat er geen taxi naar Jakarta wil rijden omdat daar vandaag knokpartijtjes hebben plaatsgevonden.
De vader van Jonathan biedt aan dat ik met hen mee kan rijden; al eerder polste hij waar ik heen moest.
Kort erna, als de persoon met de sleutel van de bieb -waar de tas van Jonathan ligt- is gevonden, vertrekken we. Ik moet moeite doen om de auto droog in te stappen, over de plassen water heen stappend, met intussen een hoosbui.

Op de grotere weg in deze wijk staan kinderen -deels op blote voeten- het verkeer te regelen, die op die manier een centje proberen te verdienen, doordat chauffeurs ze wat toestoppen. Ik vraag of dat zin heeft; dat blijkt wel het geval, anders zou hij, komend vanuit een zijweg, niet eens deze grotere weg op kunnen komen. Later krijgt hij van een tegemoetkomende motorfiets het signaal dat het verderop blank staat, dus keren we om een andere route te nemen. Het is hier langzaam rijdend-stilstaand verkeer.

Ik praat veel met Jonathan. Hij is sinds 10 maart bezig voor zijn studie film-cinema over het onderwerp kinderbescherming. De stukjes van KDM mogen niet openbaar worden. Hij is hier regelmatig. Hoe lang het duurt hangt mede af van de feedback van zijn begeleider. Hij verwacht dat het nog wel even zal duren. In juni moet hij zijn studie afronden.
Zijn vader brengt hem altijd en blijft er dan de hele dag. Ze vragen wanneer ik weer naar KDM ga; dat is vrijdag a.s. Het is dan Goede Vrijdag; omdat ze christelijk zijn, zullen ze dan waarschijnlijk naar de kerk gaan en niet naar KDM.
Zijn vader lijkt moeite te hebben met moslims, omdat ze als christenen geen kerken mogen bouwen. Hij vraagt of ik christen ben. Jonathan zegt dat zijn vader dat altijd vraagt.
Jonathan heeft zijn highschool in de Filipijnen gedaan, omdat dat goedkoper is dan in Indonesië. Hij heeft ook nog een jaar in Maleisië gewoond. Met zijn ouders is hij in Las Vegas en Darwin geweest. De universiteit doet hij wel hier. Dat is niet goedkoper, maar het niveau van zijn studie is hier hoger en gaat dieper op de materie in. Ik geef aan dat ik het goed overwogen vind overkomen; hij hoopt dat dat zo is.

We spreken over autorijden en fietsen. Zij vertellen dat Indonesiërs het comfortabel vinden auto te rijden. Ik vraag of ze dat nog steeds vinden als de consequentie daarvan is dat ze lang in de file staan en het dan met de fiets sneller is.
Het openbaar vervoer is hier matig, al is de Transjakarta -het busbanensysteem- vermoedelijk sneller dan de auto. Een metroverbinding is er nog niet; men start met de ontwikkeling daarvan. Trams kent men niet.

Michiel hoorde van een collega dat het aandeel grondgebruik in de vorm van wegen in bijvoorbeeld Londen 4x zo groot is als hier. Dus dat verklaart mede de verkeersdichtheid hier. We hebben het erover dat in Nederland veel gefietst wordt en de files in Nederland niets zijn vergeleken bij hier. De files in Nederland zijn vermoedelijk vooral op snelwegen tussen plaatsen -al zullen ze er zeker ook zijn binnen de bebouwde kom.

Ik heb de indruk dat men hier gezonder eet en drinkt. Jonathan zegt dat dat tegenvalt; wat men verkoopt is niet allemaal gezond en bij de straattentjes gebruikt men soms regenwater voor de afwas.
Zijn vader heeft door dat ik meer doel op wat men hier eet en drinkt; dus qua ingrediënten en wat meer natuurlijk eten.

Zij beamen dat dat hier gezonder is, maar dat ook hier de gewichtstoename stijgt. Ik vraag me af wat men hier veelal drinkt. Dat is water. Dus niet zoals in Europa of in de VS -mede afhankelijk van de sociale klasse- frisdranken en sappen.
Tijdens hun vakantie in Las Vegas merkten zij op dat zijn zusje-dochter blij verrast was dat ze frisdrank onbeperkt mocht bijvullen. Omdat zij wel wat zwaar is, leken zij daar wat minder blij mee.

Jonathan heeft een nogal opvallende “r” als hij Engels spreekt; alsof hij het Engels letterlijk spreekt. Hij kan goed Engels en het is leuk communiceren. Ik vertel hun van het evenement Onthel, waar ze over gehoord hebben.
Het is handig dat ik googlemaps heb, zodat ik vlakbij het stadion aan kan geven hoe we moeten rijden. Ik had de vader beter de oude naam “Hotel Atlet”, die hij wel kent, i.p.v. de huidige naam “Century Park Hotel” kunnen noemen.
Ik app snel Michiel of hij een zakje stroopwafeltjes -dat ik mee had genomen als souvenir om uit te delen- naar beneden brengt, zodat ik vader kan bedanken voor de lift. Meebetalen aan de rit wimpelt de vader af.

We eten in de lounge, kletsen bij en ik moet de indrukken verwerken. Na het vele Engels spreken vandaag, kom ik soms al niet meer op de Nederlandse begrippen.
Afgelopen nacht sliep ik tot 4 uur. En van 4-8 was het gatenkaas, suffen en vervolgens wakker worden uit coma.

Morgen sta ik half 6 op omdat ik een excursie heb met expat vrouwen; we gaan wandelen in een natuurgebied.

Vrijdag 25 maart

Voor de tweede keer ga ik naar KDM.

De geplande activiteiten voor de oudere groep gaan niet door. Zij hebben niets meer vernomen van de groep die daarvoor zou komen. Ian geeft aan dat hij het zelf eerder had moeten checken, anderzijds wil hij het initiatief laten aan de mensen die zeggen graag iets te komen doen.

Met de jonge kinderen speel ik Halli Galli, waarbij ik de regels aanpas aan het niveau. Zo moeten ze bijvoorbeeld op de bel drukken als ze een kaart met een banaan krijgen, of bij een kaart met X stuks fruit erop, of zodra ze met de optelsom van meerdere kaarten meer dan 10 stuks fruit hebben.

In een klaslokaal, dat wat rustiger is dan het overdekte pleintje, speel ik met oudere kinderen zowel pinguinparty als Halli galli.
Een groepje zingt het volkslied voor mij en één van de meiden leert tot 10 tellen in het Nederlands.

Diverse expats, verbonden aan een kerk, komen langs en brengen rijst en fruit. Zij doen een korte activiteit waarbij de kinderen chocolademuntjes moeten zoeken. Er zijn christelijk getinte tekeningen met “we love you, god loves you” opgehangen.

Een kind heeft koorts. Later hoor ik dat Kathrin en Ian zich ook niet lekker voelden. Hopelijk heerst er niet iets.

Ik meende dat een tiener vertelde dat ze informatie kregen over denguekoorts. Het is me niet helemaal duidelijk. Het blijkt wel dat ze de tuin wat opruimen, zodat deze minder aantrekkelijk is voor muggen. Een meisje is bang voor dengue, maar Ian zegt dat bij goed eten en slapen er niets aan de hand is.

Tijdens de lunch eet ik drie broodjes die ik meegenomen heb vanuit het hotel en rijst en cassavebladeren, die op spinazie lijken, van hier.

Met een medewerker spreek ik over de seizoenen in Nederland en over de tulpen, narcissen, sneeuwklokjes en krokusjes.

Ian regelt per brommer een witte taxi voor me. Ditmaal reis ik met de witte taxi. Deze rijdt een andere, doch kloppende route. Wel gaan we drie keer via een tolroute.

’s Avonds, rond half 8, eten we met Michiels collega Dim Sum. De rekening ronden we af naar 750.000; we eten heerlijk voor zo’n €50 met z’n vieren.

’s Avonds vallen we in slaap, worden we wakker net na middernacht, poetsen onze tanden en slapen weer verder.