New York -1-vooraf

Dinsdag 1 mei:  vliegen/hostel

Op Utrecht station zie ik Ymke en Passang die samen naar Den Haag reizen.  Met een vriend pak ik mijn fiets en bagage in. Het is onwerkelijk dat ik nu naar New York ga.
Het vliegtuig vertrekt met 45 minuten vertraging; een passagier gaat niet mee en de bagage van deze persoon moet er i.v.m. veiligheidsredenen uit gehaald worden. Geert Wilders zou vandaag ook naar New York reizen, zou het daarmee te maken hebben? Desondanks is de prognose dat we wel op de oorspronkelijk geplande tijd aankomen.
Ik krijg te drinken met wat amandelen erbij. Een Indiaas vegetarisch gerecht volgt. De andere passagiers hebben keuze uit een vis of vegetarisch gerecht. Vermoedelijk moest ik bij boeking een keuze maken uit het type vegetarisch gerechten dat ik eet. Mijn maaltijd lijkt me lekkerder dan de andere gerechten, al had ik hun dessert met soesjes wel gewild. Ook krijg ik weer wat te drinken. Tot nu toe aan vocht geen gebrek.
Er is een ruim en goed film aanbod.  Mijn keuze valt op “We need to talk about Kevin” en “Hasta la vista”. Humor hebben de Amerikanen trouwens; i.v.m. de voorwaarden van de autoriteiten van de V.S. is samenscholing bij de toiletten in het vliegtuig verboden.
Later krijg ik een warm broodje te eten. Ik raak aan de praat met Harley. Hij was voor zaken in Nederland. Al gauw is er een plattegrond getekend met routes en plaatsen die al dan niet mooi zijn. Ondanks de 45 minuten vertraging bij vertrek, komen we op tijd aan. Het is 7 uur vliegen geweest i.p.v. de vooraf ingeschatte 8 uur.  Ik voel me wat hongerig.
Eerst is het tijd voor de formaliteiten. Ik ga in de wachtrij staan. Paspoort tonen, vingerafdruk en een foto maken. Inmiddels is de bagage er al. Ik vraag een vrouw of ik daar op die plek ook de fiets in elkaar mag zetten. Hier is even sprake van miscommunicatie. Als ik de doos open wil maken, komt ze vertellen dat ik eerst daar de bagagecontrole moet. Als ik in de hal mijn fiets in elkaar zet, komt al snel een man, JJ genaamd, naar me toe. Hij is ook een enthousiast fietser vertelt hij. We kletsen en hij helpt me met de fiets in elkaar zetten. Ik heb een aantal VogelVrijeFietsers (een Engelstalige editie), het ledenblad van de Fietsersbond meegenomen en geef hem er één.  Ik heb een globaal idee van de route die ik ga fietsen, wat in de buurt  is van waar hij woont. JJ uitnodigt me uit langs hem en zijn gezin te komen en te logeren; we wisselen contactgegevens uit. Grappig, als je alleen reist, ontstaat contact nog sneller.

Op de luchthaven; hier ook al een poster van de Five Boro Bike Tour

Met de airtrain ga ik naar Jamaica station.  Pas daar hoef je een metrokaart aan te schaffen;  als ik het goed heb, gaat dat gaat met creditcard, zonder handtekening of pincode te hoeven gebruiken. Met die metrokaart check je uit. De metro vind ik vrij makkelijk, al stap ik in eerste instantie een verdieping eerder, dus te vroeg, uit de lift.

Op ’t volgende station is het even zoeken naar een lift en zit ik eerst verkeerd. Ik vind de metro’s en de hallen tamelijk onfris en bedompt. Inmiddels heb ik een flink deel van New York onder de grond gezien. Ik ben blij als ik weer boven de grond kom. De route naar het hostel dat ik gereserveerd heb is makkelijk te vinden;  leuk om hier te fietsen. In ’t hostel gaat het minder vlot. Ik moet wachten op de security die me naar de ruimte brengt waar mijn fiets kan staan. De security zegt vervolgens dat ik eerst moet betalen bij een balie. Ik wacht vervolgens een half uur, omdat het lijkt alsof men de gehanteerde afspraken hieromtrent niet kent. De moeheid begint zijn tol te eisen. Ik vraag me af waar ik beland ben. Het is half 3 ’s nachts Nederlandse tijd, als ik mijn kamer in stap. Vanochtend om 10.30 uur nam ik de trein, dus ben ik inmiddels 16 uur reizen verder.

Op de kamer  die ik deel met andere toeristen,  klets ik even met een Braziliaanse meid, eet een stuk chocola en zit in de vensterbank rustig dit verhaal te schrijven.

Keuken van het hostel

 Woensdag 2 mei/hostel

Ik ben vroeg wakker en heb wel redelijk geslapen. ’t  Is donker, mijn ritme is nog wat omgegooid. Half 7 sta ik op en neem een douche. In de keuken van het hostel staan diverse producten die je kosteloos kan gebruiken. Ik wandel door het Central Park, het is frisser dan verwacht.

Onderweg zie ik tussen huizenblokken gemeenschappelijk (moes)tuinen. Een vader leest al wandelend een kindje voor. In ’t park is men aan het fietsen, hardlopen en honden uitlaten. Vogels tjilpen. Hier waan ik me nog niet in een stad de stad die 24 uur wakker is. Een eekhoorntje zoekt eten op een speelplaats. Na een broodje op het mooie hotelterras gegeten te hebben, kleed ik me om en ga op pad.

Ik neem de metro naar ground zero, naar het 9/11 memorial. Een man naast me in de metro ziet me op de kaart kijken en vraagt wat ik zoek. Kletsend gaan we naar buiten en ik krijg zijn visitekaartje in mijn handen gedrukt, voor als ik nog vragen heb. Inmiddels is dat het 3e telefoonnummer dat ik van Amerikanen ontvang (in het vliegtuig van Harley, later van JJ en nu van hem), zo gaat dat hier.

Ik twijfel of ik een entreekaartje voor Ground Zero ga halen. Is het ramptoerisme? ’t Museum bezoek ik niet, maar er is ook een visitors centre met informatie hierover. Ik haal dan toch ook maar een kaartje voor het terrein. Duizenden mensen werken aan nieuwe WTC torens. Het is één grote bouwput, ik zie vele bouwvakkers met helmen op. Het is druilerig weer, wat helaas niet bijdraagt aan mijn stemming. Eenmaal in de rij voor Ground Zero, waan ik me echt in de V.S. Tot 3x toe wordt het, overigens gratis kaartje, gecontroleerd en moet de tas en ik door een scan.  Heb ik, zonder de nabije ervaring van 9/11 recht van spreken om dit overdreven en wantrouwend te vinden? Bovendien wordt mijn schilmesje in mijn tas niet eens gesignaleerd.

Na dit bezoek wandel ik langs het financieel district, Wall Street. Eigenlijk had ik het idee om ook de Brooklyn bridge te bezoeken en de ferry naar Staten Island te nemen –die langs het vrijheidsbeeld vaart-, maar i.v.m. het slechte weer doe dat niet. Ik pak de metro weer –had ik toch beter een 7 dagen kaart voor de metro kunnen kopen- vraag ik me af. Bij Pennstation ga ik eruit.

’t Madison Square Garden is hiernaast. Dat is de plek waar o.a. hockey-, basketbal- en worstelwedstrijden gehouden worden. Via informatie op een PC constateer ik dat de prijzen voor het bezoeken van een wedstrijd 100 dollar of meer zijn. Ook de jongens die hier rondlopen en in de kaartjes handelen, vragen 200 dollar of meer.  Ik vraag me af waarom hier niet ook blanke jongens in kaartjes aan het handelen zijn; New York is toch een gemixte stad en de sport onder vele lagen en culturen populair? Wel, de prijzen zijn me te hoog, dan maar niet cliché naar de Rangers gaan kijken. Er komt nog een aanbod van 50 dollar voor een of andere vage plek, maar nee, laat ik dit maar niet doen.

Ik wandel door naar de nationale bibliotheek, een statig oud gebouw. Ook hier vindt een snelle controle plaats door een blik in je tas te werpen of je niets meeneemt; deze controle lijkt eveneens niet echt noemenswaardig. Of het bij de entree of juist bij het vertrek was, weet ik me niet meer te herinneren; oftewel of het gericht was op bestrijding  van terrorisme of diefstal. Ik vind het bibliotheekgehalte laag; de boeken die er staan hebben een ouderwetse uitstraling. Wel zijn er veel mensen achter de Pc of op hun laptop aan het werk.  Ik kan ook kosteloos 45 minuten internetten. Ik had gehoopt op een reactie van warmshowerhost die ik had gemaild, maar dat is er niet. En eveneens niet van warmshowerhost Carolyn waar ik al contact mee gehad heb. Bij het Bryant Park, wat me een heerlijke plek lijkt bij zonnige dagen, strijk in neer met een drankje en koek.

Ik vervolg mijn weg richting Time Square. Echt Amerikaans. De muren van de panden zien er door de neonreclames die erop geprojecteerd worden, steeds anders uit. Ik geniet wel van dit typisch Amerikaanse beeld. Ik schiet de McDonalds in; niet voor een menu, maar voor een toiletbezoek.

Een steeds veranderend decor

Ik besluit nog even terug te lopen naar het Empire Statebuilding. Onderweg wandel ik nog een boekhandel binnen voor kaarten; ik word doorverwezen naar grotere filialen. Onderweg zie ik het Grand Central Terminal, een mooie grote stationshal met vele winkeltjes.

Tussendoor eet ik nog falafel met een overdosis aan humus, en nog een banaan en stukje chocola om op deze brandstof naar Rockefeller te gaan. Hier stijg ik naar de 67ste of 68ste verdieping en heb een prachtig uitzicht op de stad.

Vooral low Manhattan is een verzameling van gebouwen, als flinke hoog gestapelde blokken uit de blokkendoos. Verderop lijken de gebouwen lager. Het is maar goed dat ik niet recht naar beneden kan kijken. Hoog is het zeker en ’t uitzicht is mooi.  Dat deze hoogtes gebouwd kunnen worden vind ik onwerkelijk. En natuurlijk is ook hier bij de entree sprake van een body- en bagagescan. Tsja, en dan blijven er natuurlijk nog veel plekken over waar ook veel mensen zijn en niet gecontroleerd wordt. Ik besef me de impact van de bijna 3.000 slachtoffers bij de aanslagen op de Twin Towers in 2001.

Het is na elven als ik met vermoeide voeten het hotel instap. Het is tijd om dringend het vocht aan te vullen, te douchen en te gaan slapen.

De witte fiets ter nagedachtenis aan een fietsongeluk.                  In autostad New York, wordt eten met de fiets bezorgd.

Donderdag 3 mei: 48 km /hostel
Ik sta rustig op en drink thee om het tekort aan vocht in te halen. Graag voorkom ik dat de blaasontsteking, die ik net voor vertrek had,  terug komt. Ik maak een brunch van brood met avocado en tomaat. Bij een fietsenmaker laat ik de batterij van de km-teller vervangen, nu doe hij het gelukkig weer. Ik fiets heerlijk door het Central Park, afgewisseld met stukjes lopen. Jammer dat de eekhoorns maar kort met in elkaar in gevecht zijn, ik heb de kans niet de camera te pakken en het grappige tafereel vast te leggen.

Ik fiets via Harlem. Ben hier op mijn hoede omdat het een wat mindere buurt kan zijn. De straten zien er best goed uit en zijn soms lommerrijk begroeid. De huizen hebben leuke opgangen en entrees.

Ik kom langs nog een ander park, Morningside Heights genaamd, en fiets vervolgens via Riverside park en later het fietspad langs de Hudson zuidwaarts. Het is deels groen, dan weer bedrijventerrein. Er wordt wat gesport, vooral honkbal en tennis. Ik wil High Line, een oude spoorweg  – nu een wandelpad van 2,2 km,  bij Art Gallery- bewandelen maar mag de fiets niet meenemen.

Bij ’t Rockfeller park is een leuk stuk met grappige beeldjes en een monument ter herinnering aan de Ierse honger, bestaat uit een mooi natuurlijk stuk herdenkingsgrond.

De smoothie die ik bestel is wel heel koud. Intussen zoek ik naar pier 36, ik ben kwijt waarom. Ik vermoed omdat hier een sport- en basketbalcentrum (Baketbalcity)zit en daar wat van de Amerikaanse sfeer mee wil krijgen of dat ik nog iets voor mijn vakantie zocht. Ik rijd nog een stukje terug noordwaarts.Ik had in m’n hoofd dat ’t elders zou liggen, maar qua nummering is ’t logisch dat het hier ergens zou moeten zijn. M’n geheugen is beter, constateer ik als ik later op internet kijk, al wist ik niet dat het ten noorden van o.a. Brooklyn bridge lag.

De tijd gaat snel. De ferry laat ik schieten. Ik fiets door de stad naar de Brooklyn bridge. Een drukke brug met een voetgangers-fietsersdeel dat nogal smal is. Zeker als je bedenkt dat zich hier een combinatie van fotograferende toeristen en forensen begeeft. Je hebt  hier een mooi uitzicht op de stad. Vanaf zowel de west-als oostzijde heb ik zicht op het vrijheidsbeeld in de verte. Ik bezoek Chinatown en Little Italy –wat in mijn beleving, zover ik er geweest ben- in elkaar overloopt. Er zijn de nodige straten met eettentjes.

Mijn blaas roept, maar ik wil m’n fiets niet op straat laten. In het Central Park en langs de Hudson heb ik het wel aangedurfd snel een openbaar toilet op te zoeken. Maar hier in het stedelijk gebied durf ik dat niet aan. Bovendien is ‘t al half 8 geweest. Tijd ook om een keer iets te gaan eten.

‘t Liefst fiets ik terug, maar ‘t verkeer staat praktisch vast en als fietser is het onbegonnen werk de auto’s te passeren. Ik besluit dat ‘t wijzer is de metro terug te pakken (vanaf Canalstreet).

Met een kamergenootje eten we een hapje in de buurt bij een Mexicaans restaurant. Als we teruglopen merk ik hoe moe m’n kuiten zijn van het wandelen gisteren. Ik heb ongeveer 48 km in een kleine 7,5 uur gefietst.

Vrijdag 4 mei /hostel

Onweer wekt me.  Rond 7 uur stap ik mijn bed uit, na er rond middennacht ingestapt te zijn. Misschien heb ik nog wat last van een jetlag. Ik slaap wel oké in de gezamenlijke kamer met een Braziliaanse, Poolse (wonend in Dublin) en Austalische. Tijdens m’n verblijf komt iemand haar metrocard voor $ 7 verkopen waar ik nog 5 dagen mee kan reizen. Dat is een goede deal, normaal kost het $27 voor 7 dagen reizen. Dat komt goed uit, vandaag zal ik het nodige hoppen. Een enkele reis is normaliter $2.25 ongeacht de afstand. Ik ga richting Dakota & Strawberryfields, een symbool ter nagedachtenis aan de moord op John Lennon.

Met de metro ga ik naar “artist field”, het art galery district. De Highline is een prachtig staaltje van het omvormen van de spoorlijn tot een natuurwandelpad. De vogels vinden hier de mooiste architectonische hoogstandjes (vogelhuisjes e.d.) op een prachtplek in de stad. Ik plof neer op de ligbankjes hier,  laat m’n voeten rusten, schrijf dit verslag en neem de geluiden tot me.

De wandeling gaat verder naar het metrostation om vanaf daar naar de Bike Expo te gaan. Hier kom ik de “Rutgerstreet” nog tegen; leuk om later met mijn neefje te bezoeken. Op de Expo spreek ik wat mensen, deel de Engelstalige editie van de VogelVrijeFietser magazines uit en haal mijn startpakket op. Een Nederlandse jongen werkt als salesmanager voor een fietsenzaak, dat ook handelt in kleding en goede doelen sponsort. Verder spreek ik met de NewYorkse Fietsersbond. Ik twijfel nog over het al dan niet kopen van een Five Boro Bike Tour of een ander fietsshirt. En misschien nog fietssouveniers voor wat vrienden. Ik koop uiteindelijk niets.

Het is tijd om te gaan. Inmiddels is de zon gaan schijnen, lekker. Met  het mooiere weer nu, hongerig gevoel en vooral ook mijn pijnlijke voeten twijfel ik of ik naar Moma (museum of modern art) ga. Mijn voeten doen enorm zeer. Het voelt dubbel; het is vakantie, waarom zal ik. Maar ik heb ook de wil zoveel mogelijk te zien. Bovendien wordt er vrijdagavond van 16-20 uur geen entree gerekend, dat scheelt toch weer $25. Het wordt dan ook goed bezocht. Na wat suikergoed op het station gekocht te hebben, ga ik toch. De toilet is het eerste museumstuk dat ik daar bezoek. Met de versnapering in de maag, hoop ik hier nog een uurtje te kunnen rondkijken.  Met alle drukte doet het me meer denken aan de sfeer in een Mediamarkt.

Er zijn 6 verdiepingen. Ik beperk me tot de fotografie-sculpture verdieping. ‘t Is aardig, maar niet heel bijzonder. Foto’s variëren van het in beeld brengen van sex, tot een meneer Heinecken die diverse foto’s door elkaar afdrukt. Het effect is dat bijv. de voorkant van het gezicht ook de zijkant van het gezicht is. Een andere fotograaf heeft o.a. foto’s verzameld van autobomaanslagen. Daarbij is het idee dat de motor altijd wel weer ergens teruggevonden wordt. Deze verzameling komt voor in een fotoserie waarbij allerlei rampen, zoals bijv. ook godsdiensstrijd-oorlogen, vastgelegd zijn. Qua sculpturen zijn diverse uitvindingen te bezichtigen. Zonne-energie t.b.v. waterzuivering, een condoomhouder zodat het condoom vlotter aangedaan kan worden, een isolerende tent waarin je kan staan en die ook in zeer winterse gebieden warmte biedt. Na een uurtje rondkijken, houd ik het voor gezien. M’n voeten doen zeer, staan is inmiddels echt onaangenaam. Dit heb ik nooit eerder zo ervaren.

In ‘t hostel order ik de spulletjes die ik op de Expo heb gekregen nog een beetje, schrijf nog een mailtje, klets in de keuken met een Frans-Marokkaanse knul en met een Amerikaanse man die zojuist uit Griekenland gedeporteerd is i.v.m. het niet beschikken over de juiste visa.  Hij is bijzonder geïnteresseerd in talen.

De tijd vliegt, ik heb me eigenlijk geen moment alleen of eenzaam gevoeld. Dat zal ongetwijfeld nog wel gaan komen. Wat me opviel en soms wennen is, is dat men je vaak groet met “hello, how are you”, vooral op de Expo.

Zaterdag 6 mei: 62 km Brooklyntocht / warmshowers Caroline
Ik eet snel een bagel en druiven. Het brood en de avocado bewaar  ik voor later. Ik ga op weg naar Caroline, een warmshowerhost. Zij woont nabij de Riverweststreet (95th Street). We drinken thee, babbelen, ik lees wat en help haar met het verschuiven van spullen op het balkon. Via haar hoor ik dat de Hudsonrivier een Fjord is, dat het  water juist het land ingepompt wordt. Sterker nog, de Hudson heeft 2 stromingen, landinwaarts en zeewaarts, de indianen hebben daar ook nog een verhaal over, dat ik niet ken.

Apartement Carolyne en uitzicht 

Caroline heeft een Amerikaanse vader en Nederlandse moeder. Haar vader, broers en zussen wonen allen de V.S. , haar moeder leeft niet meer. Caroline heeft tot haar 8ste in Nederland gewoon, vervolgens tot haar 17e in de VS en is daarna in Nederland gaan studeren. Sinds 8 jaar woont ze weer in de V.S.

Caroline nodigt me uit vanavond naar haar koor te komen. Dat lijkt me leuk, tegelijkertijd ben ik ook wel heel moe. Dus misschien is wat rust en op tijd het bed in wel lekkerder. Ik weet dan nog niet dat ik me vergis in hoe snel, uhh beter gezegd hoe langzaam, het afleggen van de km hier in de stad gaat. Vandaag heb ik een fietstocht in Brooklyn op mijn programma staan.

Na het broodje avocado ga ik op stap. Het is dan  rond 13 uur als ik vertrek en 20.30 uur ben ik weer terug. Ik heb de huissleutels meegekregen. Per subway ga ik in de richting van Manhattenbrug. Deze fiets ik over om dan Brooklyn te verkennen. Via het werk heb ik een boekje met fietsroutes in NewYork, waar ik nu gebruik van maak. Het boek is niet meer leverbaar, wellicht tweedehands (Ride with me NYC, Roos Stallinga). Bij Fietsenmakers kon ik overigens ook kostloos aan fietskaarten komen.

Impressie van Brooklyn:  leuke straten, soms wat statig. Geurende bloesem in vooral het eerste deel van Brooklyn. Een gezellig park waar o.a. flink honkbal gespeeld wordt. Een kunstmarkt.

Een lange weg, de Ocean Parkway, waar ik vaak moet stoppen voor verkeerslichten. Veel zichtbaar gelovigen, Joodse mensen en wellicht ook Amish of anderszins. Zowel hoeden als keppeltjes worden gedragen. Op een kerk staat “tora”, oftewel het is een synagoge.

Ik kom uit bij het strand, een baai. Het wandelpad bestaat uit vlonders. Het is een zandstrand, met ernaast gelegen een kermis. Het is druk. De tijd gaat snel, het is inmiddels 16.30 uur.

 

Bij een driveaway haal ik friet; toch maar even zo verstandig zijn dat ik niet uithonger. De sfeer is hier matig.  Echt op z’n Amerikaans ongezond ogende mensen; wachtend in de auto, chagrijnig reagerend als ze de verkeerde burger krijgen. Ik eet de frietjes in rap tempo op – dat past hier wellicht wel- ik wil tempo maken.

Sommige wegen hier zijn de brede variant van de Kanaalstraat in Utrecht qua type winkels en het balanceren tussen al het verkeer door. Ik vind het wel leuk in de drukte te rijden, me daarbij wel realiserend dat ik scherp moet blijven en niet teveel om me heen moet kijken.
Vandaag, naast de bloesemgeur, geuren van eten- waaronder BBQ en kruidig Aziatische gerechten – en wasserettedampen.  De Smithstreet aan de noordkant van Brooklyn heeft leuk ogende winkeltjes.

Vanaf de Driveaway weer terug naar Manhattan

Ik besluit terug te fietsen, dat gaat vermoedelijk sneller dan met de metro. Achteraf denk ik dat dat  in dit geval toch niet zo is, mede i.v.m. het  geslinger door Soho. Ik zie wel weer nieuwe stukken van de stad. Leuke is dat ik vanaf een hoge brug zicht heb op een bandje dat speelt.  Al met al fiets ik 62 km. Vlakbij de Hudson kom ik Bradford tegen die naar Albary gefietst is en tips heeft van een route – ik krijg een link. Eens kijken of ik die route binnenkort ergens kan printen.

 

Zondag 6 mei/ warmshowers Caroline

Vandaag fiets ik mee met de Five Boro Bike Tour.
Zie hier mijn verslag.

Maandag 7 mei /warmshowers Caroline

Rond 7 uur ben ik al wakker en drink ik thee met Caroline. Ik lees, fris me op en draai een wasje. Vandaag wordt een regeldagje. Bij Broadway informeer ik bij een aantal zaken naar prepaid simkaarten. De aanschaf zelf, dan nog zonder beltegoed, kost me al $25 – $50 voor zover het überhaupt al kan. Bij T-Mobile zijn wel mogelijkheden. Toch heb ik in de indruk dat ik al met al beter m’n eigen abonnement kan gebruiken. Bij de fietshandel haal ik alvast fietsdozen voor als ik later weer terugvlieg. Ze hebben er alleen kleine dozen, dus neem ik er 2 mee. Dat wordt dan creatief zijn op de luchthaven. Voor vandaag blijft de creativiteit beperkt tot het vouwen van de dozen zodat deze onder het bed van Caroline passen.
Ik haal melk voor Caroline en proviand voor mezelf voor morgen. De supermarkten zijn hier prijzig. Na de lunch pak ik de tram. Ik ga op jacht naar kaarten, zowel landkaarten van de omgeving als ansichtkaarten. Een winkel vraagt $15 voor 10 postzegels, terwijl de zegels per stuk $1,05 zijn. Dus ga ik langs het postkantoor. In de bibliotheek ga ik weer 45 minuten internetten om een verslagje van de Five Boro Bike Tour voor het weblog van de Fietsersbond te schrijven. Het lukt me niet om ook nog google kaartjes van de omgeving te printen. Dat probeer ik nog in een copyshop, maar dat gaat me daar te lang duren en wordt kostbaar. Dan morgen maar op een onnauwkeurige kaart noordwaarts rijden. Wordt ook een avontuur. Het is leuk de gezelligheid bij het park achter de bibliotheek te zien. Er is zelfs een hoek buiten met boekenrekken.

Bij Union Square is nog een biologische boerenmarkt. De dag vliegt weer voorbij. Het is zowel een dag genieten  van de sfeer en leuke ansichtkaarten en souveniertjes regelen, als een dag met stress omdat het moeite kost voor alle gebieden een geschikte kaart kan vinden. Dat maakt me wat zenuwachtig. Het is sowieso spannend hoe het de komende dagen gaat zijn. Eigenlijk had ik vandaag meer willen lezen. Om 18.30 uur, na een reisje in een bomvolle metro in de spits, ben ik terug om snel de was binnen te halen. Tegen de verwachting in spetterde het vandaag. Ik eet een curry in de buurt. Een internetwinkel hoef ik hier in de buurt verder niet te verwachten. Men is ingericht op leven met Wifi in combinatie met de smartphone . Tsja….daar  moet ik dan binnenkort toch ook maar op over gaan. Na de tassen geordend en ingepakt te hebben, douchen en nog snel even internetten op Carolines laptop is het de hoogste tijd te gaan pitten. Het is inmiddels 23 uur.