Corsica 10-11-12

Maandag 2 september

Ik heb goed geslapen. Voel m’n  keel lichtjes, maar dat mag niet deren. De proeverij wacht op ons. Een stuk cake is gemaakt van kastanjemeel. De andere 2 brood-taartjes lijken op elkaar qua smaak. In beiden is de Brucciu (lokale kaas) verwerkt met een laagje van honing en citroen. Vermoedelijk is dit Fiadone, de Corsicaanse kaastaart. Het smaakt me goed.

Vandaag gaan we in de kloof wandelen. Volgens een fietser in Ponte Leccia zou het naar de refuge ongeveer 3 uur lopen zijn. Maar n.a.v. de verhalen over de wandelingen die het Nederlands echtpaar aan het doen was, vermoeden we dat het langer zal duren. Voor mij is het geen must om de refuge te bereiken. Drie uur enkele reis wandelen vind ik voldoende. Als fietser krijg je daar dan vaak ook spierpijn van en bovendien vind ik het fijn daarna nog wat anders te kunnen doen.

Via het dorp, waar we brood kopen, lopen we de kloof in. De natuur is mooi, het wandelen is goed te doen en niet stijl. Rond een uur of 13 wil ik omdraaien om terug te gaan. Joyce wil door en vraagt of ik toch nog mee verder ga. Nog wat aanrommelen op de camping spreekt me echter ook aan.  Ik kom achter een Engels echtpaar te lopen, dat we al tegengekomen waren en kort gesproken hebben. Al gezellig pratend lopen we terug.  Het gaat over van alles; hij is weduwnaar, zij gescheiden. Verder over hun tiener en volwassen kinderen die al dan niet met geld kunnen omgaan, over de andere reizen die zij en ik gedaan hebben.

Het begint te regenen. Ik ben blij dat ik mijn regenjas meegenomen heb. In de verte klinkt ook gerommel. Gelukkig ben ik op de terugweg, want zeker in de bergen kan het onzeker zijn hoe dit zich ontwikkelt. Al ziet het er vooral boven Corte dreigend en somber uit en lijkt het in de bergen nog redelijk. Het wordt een hoosbui, in Corte schuil ik. Het onweer is ook wat dichterbij. Mijn broek en schoenen zijn doorweekt. Ik houd mijn hart vast voor de tent. Die stond niet heel strak gespannen, mede omdat de temperatuur daarop van invloed is. Ik houd rekening met een doorweekte tent en een vlucht naar een B&B of hotel.

Op de camping lijkt het mee te vallen, dat is fijn. Mijn tent staat er goed bij. Die van Joyce ook, al had ze deel van de rits open staan. Dat lijkt niet tot problemen geleid te hebben. Wel waren al haar fietstassen buiten en niet goed afgesloten. Ik zet ze, voor zover het nog zin heeft, in mijn voortent. Helaas ben ik tijdens de wandeling vergeten dat de kaart van Corsica in het voorvakje van de rugtas zat (een netje), die is dus behoorlijk doorweekt en leg ik in de voortent te drogen. Het houdt op met regenen, dus ga ik nu voor een warme douche. Ik hoop zo nog in de tent kaartjes te schrijven.

Steeds verder ingezoomd; de tent kan je zien vanuit Corte

Inmiddels is Joyce gearriveerd, dus houd ik het schrijven voor een ander moment. Zij is ook doorweekt, maar gelukkig is heftig onweer ons beiden bespaard gebleven. Ze heeft 2 korte broeken mee, die beiden nat zijn. De één had ze aan, de ander hing aan de waslijn.

Joyce wil graag opwarmen in Corte, dus gaan we in het stadje wat drinken. Echt opwarmen is het nu niet, want in de zomer wordt er in de horeca natuurlijk niet gestookt. We halen direct toiletpapier om de voorraad aan te vullen en om in onze schoenen te stoppen zodat die droog worden. In een cafeetje drinken we iets en daarna duiken we een pizzeria in. Na het eten blijven we nog even en spelen we kwatro.  Het meisje van de bediening is benieuwd wat het is.

Als ik bij terugkomst de kaart van Corsica, die in de voortent te drogen ligt, optil, kijkt een paar muizenoogjes mij aan. Hmm, deze verrassing had dan weer niet gehoeven. Ik heb het niet zo op muizen in mijn woonterritorium. Als ik Joyce ophaal om te komen kijken, zit hij er ook nog gewoon. Ze jaagt hem weg. Voor mijn doen ben ik niet heel schrikkerig nu, maar ik moet me er wel even toe zetten zo de binnentent in te gaan, die natuurlijk ook even aan een inspectie onderworpen wordt. Het is het avondje van de diertjes, bij het toilet zag ik nog een enorme kever. In de tent schrijf ik nog wat kaartjes voor het thuisfront en in mijn reisdagboekje.

Dinsdag 3 september

Voordat we vandaag verder fietsen, willen we eerst de citadel van Corte nog bekijken. Intussen kan alles wat gisteren nat is geworden drogen aan o.a. de waslijn die we met de verschillende spanbanden en touwtjes in elkaar gezet hebben.

We halen direct wat brood en ik post mijn kaarten. Het is verrassend dat deze reeds 2 dagen later op de deurmat in Nederland blijken te liggen.  Wat een verschil met mijn vorige ervaring vanuit Cuba waarbij de post 6-8 weken onderweg is geweest. Ook hier bestaat de citadel uit leuke kleine oude straatjes en een mooi uitzichtpunt, met o.a. zicht op onze tenten. Het is half 12 als we terugkomen. We beginnen met inpakken en bedenken dat we de camping vast kunnen gaan betalen, voordat het siësta is. Dat is maar goed ook….we moeten voor 12 uur van de camping zijn, willen we niet dubbel betalen. Dat wisten we niet. Snel pakken we alles in, om vervolgens op de oprit van de camping, na het uitchecken, een en ander te herpakken, zodat ik later alles weer op de logische vaste plek kan vinden.

Rond 12.30 uur zitten we op de fiets. Maar niet voor lang (5 km), althans niet voor mij. Ik krijg een lekke band…. Het is weer de achterband….weer aan de binnenkant. Dit is balen. Wat is het toch, wat veroorzaakt steeds die lekke banden? We eten ons broodje en plakken de band. Ik zie het niet zitten om met deze onzekere toestand van de band nog verder te fietsen. Zeker in afdalingen is het niet fijn. Bovendien is er de kans dat ik nu vaker langs de weg weer de band moet plakken.  Ondanks dat het weer daarvoor wel geschikt is, zit ik daar niet op te wachten.

Daarom besluiten we dat Joyce verder fietst en ik vanaf Venaco probeer met ander vervoer verder te komen. Er is een station waar ik eerst heen ga. In het boekje van Fietsen in Corsica staat dat je mee kan, maar ik heb via mijn collega en de site andere info gelezen. De treinen gaan niet frequent en helaas blijkt dat het meenemen van een fiets inderdaad verboden is. In het dorp zie ik 2 mannen praten bij een auto met imperial. Ik trek de stoute schoenen aan en vraag of ze richting Ajaccio gaan. Dat blijkt niet het geval.

Pierre vraagt me wat er aan de hand is. Hij spreekt goed Engels. Hij denkt goed mee. In eerste instantie stelt hij voor naar Corte te gaan en een fietsenmaker te zoeken. Ik leg hem uit dat ik daar niet veel vertrouwen in heb; zowel de fietsenmaker uit Utrecht als in Bastia hebben geen problemen gesignaleerd. Dus het echte uitzoekwerk komt dan wel weer opnieuw in Nederland.  Hij biedt me aan om me dan naar de top te brengen, zodat ik al weer een deel van de route heb afgelegd. Afdalen met kans op lekke band vind ik ook wel spannend, maar dat zie ik dan wel. Ik stel voor dat ik hem de benzine betaal, maar dat wil hij niet, hij wil de Corsicaanse gastvrijheid tonen. Dan wil ik straks wel zijn adres om een kaartje te sturen. Hij vertelt zijn ouders dat hij mij even wegbrengt (half uur rijden). Onderweg zie ik een mooie brug -ontworpen door Eiffel-. Ook de omgeving is mooi. Een vluchtig gevoel van spijt dat ik het niet op eigen kracht doe bekruipt me. Maar tegelijkertijd is juist het contact met een local ook leuk, temeer Pierre Engels kan en we dus wat over elkaars werk te weten komen. Hij werkt bij de douane.
Onderweg zien we Joyce, die al verder is dan ik had verwacht. Ik roep dat ik op de top stop, maar Pierre stopt ook nog even, zodat ik het rustig kan vertellen. Op de top zet hij mij af en noteert zijn adres. Hij ziet dat het mijn dagboekje is en vraagt of ik er nog een boodschap bij wil. Dat sla ik niet af.

“I was very happy to meet and to give a glimpse of Corsica hospitality”. Kijk, daar doe je het voor.

Hij biedt aan Joyce ook op te pikken, maar ik vertel hem dat zij dat niet zal accepteren, ze wil dit op eigen kracht doen.

Ik strijk neer op een terrasje en bel later Joyce. Zij blijkt al enkele tientallen meters voorbij dit punt te zijn, maar had al door dat dit de top moest zijn. We kletsen bij op het terras. We vragen of er plek is in de refuge, maar zij gaan daar niet over, althans, zo komt het over. Want als we later bij het andere gebouw informeren, blijkt dat we de sleutel, betaling en eten wel degelijk moeten regelen bij het  terras waar we net vandaan komen. De kamer is eenvoudig: een kamer met een ingebouwd tweepersoons bed en net nog beetje ruimte voor wat tassen. De tassen die we niet nodig hebben laten we aan de fiets hangen die beneden in de schuur onder de slaapvertrekken staan. De douche is ronduit heerlijk.

De overnachting is inclusief 3 gangen diner en ontbijt. Om 19.30 uur zitten we er aan tafel en raken aan de praat met een Engels echtpaar. Zij wandelen hier de GR20. Het zullen vooral wandelaars zijn die gebruik maken van refuges, al trekt deze vast ook ander publiek, omdat deze langs een doorgaande weg zit.  De route is pittig; soms is het klimwerk en dat dus met een flinke rugzak. Ik hoop dat ik nog zo fit ben als ik zestig ben. Respect voor deze mensen.
Als voorgerecht krijgen we een pizzapunt met salade. Daarna volgt pasta voor de anderen, voor mij friet met een vegetarisch burger. Als dessert krijgen we een soort appelstrudel.

Op bed spelen we nog een potje kwatro en sluiten dan onze ogen. Voor mij was het een dag met slechts 14 fiets kilometers.

Woensdag 4 september
Als ontbijt krijgen we een chocoladebroodje en stokbrood met jam.  Ik neem er een jus d’orange en chocomel.

Het fietsen is weer wennen, ik merk dat ik me onzeker voel. Waarschijnlijk door het gedoe met de band en het feit dat ik licht geslapen heb. Eerst dalen we af, waarna een klim volgt. We komen nog een Duitse fietser tegen. Hij heeft aan het strand wild gekampeerd.

Dat lijkt Joyce ook wel wat voor vanavond; mij niet, want dan weet ik sowieso dat ik licht slaap, omdat ik dan toch waakzaam ben. Als we later de kuststrook zien, blijkt overigens dat je er geen geschikte wildkampeerplek zal vinden. Dat gebied is er te druk voor.

De rest van de route is vooral dalen met soms even weer een klimmetje. Op een top  pauzeren we. Vandaag zien we voor het eerst varkens op de weg. Een uitstekende flap van de tentzak van Joyce is blijkbaar interessant  voor ze om in te happen en aan te trekken.

We komen langs de weg een groep stilstaande motorrijders tegen, die applaudisseren als we langs komen. Wat een enthousiasme. Als we later bij een verlaten terras -einde hoogseizoen- op een mooie plek komen, stoppen we en zetten we een bakje thee en koffie. Leuk om zo relaxed te doen.

Kort erna wordt een bus senioren hier gedropt om even van het uitzicht op een mooi meertje te genieten. Ook komen de motorrijders weer langs en raken we met een echtpaar aan de praat. Het blijkt dat het een groep Canadezen is; dat hadden we hier niet verwacht. De man hoort zichzelf graag praten en wil graag zonder zijn vrouw nog eens terug naar de rosse buurt in Amsterdam. Ja, tuurlijk. Ik roep hem als grap na dat zijn vrouw best mee kan; dat daar ook wel mannen zijn. Zijn vrouw kan die opmerking wel waarderen.

We doen vast boodschappen onderweg en gelukkig is hier ook een pinautomaat, zodat Joyce kan pinnen en hoeven we daar dan niet speciaal Ajaccio voor in. Ik had eerder al een groter bedrag gepind. We gaan richting Porteveccio. Deze kustweg is helaas drukker dan we hadden verwacht. We vinden een camping die er vanaf de weg wel aardig uit ziet.

Als we gaan koken is het gas op, maar de lokale campingwinkel heeft blikken op voorraad. Op zich hadden we de komende dagen aan een klein model gasblik voldoende gehad maar dat verkopen ze hier niet. Het blijkt een camping waar o.a. arbeiders staan uit oost-Europa.

We voelen ons wat raar omdat we nu de ronde gedaan hebben die we voor ogen hadden. We hebben nog 2 dagen om iets te ondernemen alvorens we zaterdag weer terug gaan. Dat is even schakelen en bedenken wat we de resterende dagen willen doen.

Om al die dagen op deze camping te staan, lijkt hij niet leuk genoeg voor. De omgeving heeft ook niet voldoende te bieden. Op zich wil ik best graag een duik nemen in de zee, wat er nog niet van gekomen is. Maar de strandjes die we op dit stuk tegenkwamen, waren druk en lagen langs de weg; niet echt uitnodigend. Wel ja, morgen weer een dag en dan eens kijken wat we gaan doen.