1. Asureti – Batumi

Dinsdag 28 mei
Via Armenië zijn we Georgië in gefietst; zie het verslag bij Armenië.

Woensdag 29 mei
We hebben wederom prima fietsweer en met name de eerste helft van onze tocht is het aan de warme kant. Het gaat dit deel flink op en neer met soms steile klimmetjes. Dat is best vermoeiend en een kort moment vraag ik me af of ik al dat klimwerk van vandaag wel zie zitten. De natuur is absoluut mooi, al vind ik dat, doordat ik mentaal bezig ben met het klimwerk, ik er niet altijd voldoende van geniet.

We hebben 6 liter water en 1,5 liter frisdrank mee, omdat er onderweg waarschijnlijk niet veel verkrijgbaar is. Het laatste winkeltje is op de kruising met de weg naar Tetri Tsqaro. Bij het stuwmeer, het Algeti Reservoir, is nog een watertappunt. En 5 km na de afslag waar wij zuidwestelijk gaan, maar je noordwaarts naar Manglisi kan, is een restaurantje en watertappunt; dat is dan eerst 4 km klimmen. Of het water uit de bergstroompjes verderop gedronken kan worden weten we niet; mogelijk dat er op hoogte ook dieren leven. Wij hebben voldoende aan onze voorraad.

De helft van de route, tot op de hoogvlakte, is groen bebost met slingerende wegen en met veel bloemen en vlinders. In het land staat een boerenwagen vol met bijenkasten. Regelmatig zijn er honden op of langs de weg; soms schreeuwen we tegen ze dat ze weg moeten. Er is verkeer, maar het is goed te doen.
Tweemaal komen we een fietser tegen. De communicatie gaat stroef. De eerste betitelen we als autist. Als we hem tegemoet zien komen, gaan we naar zijn kant van de weg waar ruimte is om te stoppen en dus te praten. Hij groet en fietst door. De tweede komt uit Letland, spreekt Russisch en spreken we daarom maar kort.

Als ik Michiel inhaal, omdat ik even een wat hoger tempo wil fietsen – ik val bijna om vanwege het lage tempo 😉 – raakt Michiel achterop en blijkt hij duizelig en leeg. Hoogste tijd om een pindapauze te houden.

Vandaag zien we meer schapen dan auto’s; een enorme kudde, van een paar honderd meter lang, loopt over de weg. Geweldig dat de weg ook met schapen gedeeld wordt.
In deze omgeving, nabij de top, staan eenvoudige onderkomens, gemaakt van blauwe plastic zeilen, waar waarschijnlijk de schaapherders nomaden leven.

In Tsalka halen we brood – dat in een krant wordt ingepakt -, groente en fruit alvorens de laatste klim van vandaag te maken naar het mintgroene Sovjet hotel dat, net buiten het plaatsje, prachtig gelegen aan het meer ligt.
Een man, met één slecht oog, zegt dat we de fietsen buiten aan een boom kunnen vastmaken en hij erop let. We weten niet of hij serieus is, maar vragen of de fietsen binnen mogen staan. In de hal verschuift hij een wasmachine om plaats te maken.

Een groep arbeiders uit Maleisië, India en Filipijnen verblijft hier en werkt aan de aanleg van een gasleiding van Azerbeidzjan naar Italië.
Van het hotel krijgen we wodka, waarna we naar de kamer gebracht worden. Met handen en voeten kunnen we aardig communiceren met het personeel.
In de “huiskamer” kletsen we met twee Filipijnse arbeiders, terwijl we op ons eten wachten.
Eind juni is de gasleiding klaar. Zij hebben dan drie jaar aan dit project gewerkt, met telkens ongeveer drie maanden werken en twee maanden vrij.
Intussen krijgen we ieder een flesje Heineken, dat zij voor ons besteld hebben. Van het hotel krijgen we later nog een glas wijn. Vanavond moeten we ook nog maar flink wat water drinken.

Voor 7 euro krijgen we een vullende maaltijd met salade, kaas, vlees, kaas in bladerdeeg en brood.

Donderdag 30 mei
Rond 9 uur zitten we op de fiets en hebben we 116 km voor de boeg, met niet al teveel klimwerk, en vooral dalen. Via booking.com hebben we een guesthouse bij Khertvisi gereserveerd, vanwaar we morgen, tijdens onze rustdag, makkelijk de grotstad Vardzia kunnen bezoeken.
De eerste 15 km zijn vlak, waarvan echter ruim 10 km onder constructie, en dus matig verhard, met soms zeer modderige stukken.

De omgeving is mooi, met zicht op het meer en de bergen. Het is prima, zonnig weer. Na deze 15 km, is het 10 km klimmen, waarvan het laatste deel vooral vals plat. De fietser uit Letland, die we gisteren tegenkwamen, zei dat het boven koud was. Mogelijk bedoelde hij dit gebied. Wij hebben het niet koud; de wind is verfrissend maar prima. Het enige wat we ons kunnen bedenken is, dat hij hier mogelijk vroeg in de ochtend was.

Nathan, een fietser uit Engeland, is in Wales op de fiets gestapt, en gaat via Azerbeidzjan met de boot naar de Pamir en verder. Ondanks dat hij nog maar een paar dagen in Georgië is, vindt hij het nu al het mooiste land. Zijn moeder, en anderen, kunnen hem volgen via een gps-satellietverbinding en sturen soms een bericht, als ze zien dat er een hele ochtend geen beweging is.

De omgeving is prachtig. Het doet ergens wat aan Noorwegen denken qua weidsheid, meren en omliggende bergen. Alleen is het hier groener. De vele paardenbloemen, soms ook roodgekleurd gewas, en lila bloemen, kleuren de omgeving; onder het zonlicht ziet het er vrolijk uit. Zelfs de begraafplaats aan de rand van een dorpje ziet er vrolijk uit met de grafstenen, met daarop de portretten van overledenen, omringd door bloemen, met op de achtergrond de besneeuwde bergtoppen.

Er zijn meerdere boerendorpjes, waar van plakken koeienpoep de erfafscheiding gebouwd is. In vrijwel elk dorpje lijkt minstens één winkeltje. Aan een riviertje zijn mannen aan het vissen en in Poka verkoopt men vis op straat. Vele vlinders vliegen rond, soms tegen mijn helm of spaken knallend. Vogels fluiten erop los. Regelmatig roepen kinderen “hello”.

De bushaltes zijn meestal opgetrokken uit steen, wat weer anders oogt dan onze glazen abri’s. Er zijn diverse openingen in aangebracht en ik vermoed dat ze daardoor in de donkere uren niet al te schimmig zullen zijn.

Auto’s en busjes zijn vaak geïmporteerd uit andere Europese landen, waarop regelmatig nog teksten staan als “tuinaanleg”. Later horen we van een toerist dat de vele auto’s hier met het stuur aan de rechterkant vaak geïmporteerde auto’s uit bijvoorbeeld Japan zijn. De route is meestal rustig, maar als er een auto aankomt lijkt het alsof er juist dan ook direct een uit tegengestelde richting komt, en dat beide auto’s elkaar vlakbij ons moeten passeren.

Ninotsminda blijkt een ooievaarsdorp. In een aantal nesten zien we jongen. Vanaf hier tot Akhalkalaki – ga vooral niet stotteren – is het landschappelijk iets minder interessant, maar toch een prima route. Van Nathan hoorden we al dat hier het wegdek van mindere kwaliteit is. Toch is het -soms al slalommend- goed te doen; alleen waar bomen hun schaduw op de weg werpen is het extra opletten om de gaten tijdig te herkennen. We zijn blij dat we sterke fietsen en velgen hebben.

Vlot doorkruisen we Akhalkalaki; een wat grotere plaats die gezellig oogt. Vervolgens rollen we rustig naar beneden -met soms nog een kort klimmetje- door een lieflijke, groene kloof.  Een oud treinstel is tot brug getransformeerd. Het is alsof er een warme föhn aanstaat. De laatste 18 km is het wegdek weer strakker. We zien weer Iraanse trucks, die ongetwijfeld via de andere grensroute vanuit Armenië, het land binnen gekomen zijn.

Het fort van Khertvisi doemt op. Net na zessen arriveren we bij het guesthouse met restaurantje. De eigenaresse wist niet dat we zouden komen; haar dochter beheert booking.com.
Van Frans en Eva, Duitse toeristen, horen we dat ze hen juist had gevraagd of zij de Nederlanders waren die ze verwachtte.
Ze blijkt wat verstrooid, doordat haar kleinkind in het ziekenhuis ligt.

In het keukenkastje ligt afval; ze verontschuldigt zich dat ze door de omstandigheden twee dagen niets gedaan heeft. Mogelijk dat ze ons bed ook niet verschoond heeft? Volgens de Duitsers zouden er nog Portugese toeristen terugkomen; zijn die eigenlijk van onze kamer waar nog een t-shirt en ongebruikte handdoek ligt? Ach…we willen het ook niet weten. Het verblijf is in ieder geval fijn hier en de Portugezen hebben we niet gezien.

We genieten van een heerlijke maaltijd met voor Michiel vis en voor ons beiden Khinkali, de bekende Georgische -met kaas of iets anders- gevulde dumplings.

Vrijdag 31 mei
We twijfelen of we per fiets of taxi naar de Vardzia Caves gaan en vragen de eigenaresse van het guesthouse of de fietsen er veilig kunnen staan. Dat is het geval.
Frans en Eva horen dit en bieden ons aan mee te rijden; samen hebben we een gezellige ochtend. De rit van 15 km loopt via een schitterende route die op en neer gaat door de kloof. Twee keer zien we een stel bepakte fietsers.
We raken aan de praat met een meid die goed Engels spreekt en gids blijkt te zijn bij dit complex. Het lijkt ons leuk dat een gids ons rondleidt. Omdat zij de enige gids is en nog twee mannen ook een gids willen, besluiten we een groep te vormen. Zo gaat het verhaal rondom deze indrukwekkende grottenstad meer leven en steunen we de mensen. Het schijnt dat de werkloosheid (in de regio?) 70% is, dus enige steun kan geen kwaad; al is er vermoedelijk sprake van enige spraak of begripsverwarring, want bij terugkomst vinden we, landelijk in ieder geval, veel lagere cijfers. Onze gids heeft twee jaar Engels gestudeerd. Nu combineert ze haar werk als gids met haar studie aan de universiteit. Haar twee broers en ouders hebben geen werk. Wel hebben ze een tuin, zodat ze eten kunnen produceren, maar zaken als suiker zijn bijvoorbeeld duur voor hen.

De grotten zijn indrukwekkend en gebouwd in de 12e eeuw. Koning George III overleed vroegtijdig en zijn dochter Tamar nam het over. Reden om ze hier te bouwen was:
1. bescherming tegen vijanden als Mongolen, Perzen en Turken
2. beschikbaarheid van zacht gesteente, waarin het makkelijk graven was
3. beschikbaarheid van voldoende water

Er is tientallen jaren aan het complex gebouwd, dat niet zichtbaar vanaf buiten was. Een jaar of 80 nadat het voltooid was, raakte het door een aardbeving zwaar beschadigd; 70% ging verloren. Toen kwam het complex bloot te liggen en werd het van buitenaf zichtbaar.
In dit complex woonden -en wonen nog steeds, maar nu nog 3- monniken en er was voor 5000 mensen plek om te schuilen. Naast de kamers, waar ook altijd een vuurplaats was, waren er ruimtes voor wijnproductie en een kerk. De vuurplekken waren aangesloten op een luchtafvoer. Eveneens was een irrigatiesysteem aangelegd.

Nu het complex zichtbaar geworden was, konden de vijanden er makkelijk bij.
Het goud is later door de Perzen meegenomen. De Turken verbleven hier met hun vee gedurende 300 jaar en de herders gebruikten de deuren als brandhout.
In de kerk werd brand gesticht en de monniken werden vermoord; een Griekse onderzoeker vond later onder het roet nog de originele fresco’s. De boeken uit de bibliotheek werden verkocht; een Pers herkende een boek en heeft dat gekocht en teruggebracht. Dit bleek een religieus boek, waaruit ook een stuk historie kon worden opgemaakt.

Er werden vele liters wijn per jaar geproduceerd en er is hier een groot vat van 10.000 liter voor de wijnopslag gevonden.
Ook in de kerk van dit complex moeten de vrouwen een hoofddoek dragen en een doek om de benen slaan.
Na een drankje op het terras aan het riviertje zetten Frans en Eva ons weer bij het guesthouse af en zetten zij hun reis voort. Ditmaal zien we onderweg nog twee dames fietsen; we vermoeden dat het de Duitse fietsers zijn, over wie we eerder gehoord hebben.

Meer over:
Vardzia
Vardzia 
Vardzia 

In de tuin genieten we in de schommelbank van een ijsje; Michiel dommelt tegen mij aan in slaap. Vandaag was het al vroeg warm. Ik schrijf wat aan mijn verslag, we doen een handwas en spelen kwatro. Vervolgens lopen we langs de cafeetjes -er zijn er teveel voor de enkele toerist die passeert-, en naar het kasteel dat we van buiten bekijken.

Bij een kraampje kopen we jam en Tsjoertjchela, de lokale snack van walnoot en druiven. Soms heb ik geen behoefte aan de toeristenmarktjes, maar ik besef dat het goed is dat men geld poogt te verdienen, wat hier al lastig genoeg is.

Na een heerlijk maaltijd vervangen we de remblokken, halen een ijsje en rekenen vast af.

De eigenaresse neemt ons mee haar huis in….dat was waar ook, ze zou nog piano spelen en zingen voor ons. Gisteren toen ze erover vertelde, had ze er geen zin in en had ze toegezegd dat vanavond te zullen doen. Ook al is de piano knettervals, het blijkt dat ze zeker goed kan spelen.
We praten en laten onze fotomapje uit Nederland zien.
Haar man, geoloog, is in 2000 overleden. Hij was 35 jaar, zij 33; hun jongste kind was toen twee jaar. Haar man had een ziekte in zijn hoofd, is geopereerd maar stierf twee jaar later. Hier word je wel even stil van.
Afgelopen jaar zijn zijn beide ouders overleden. De auto van opa staat met lege banden op het erf; haar zoon wil dat die auto blijft; zijn opa was als een vader.

Zaterdag 1 juni
Het belooft weer een warme dag te worden, tegen de 30 graden, en daarom vertrekken we nog voor 8 uur.
Ons ontbijt bestaat uit een paar koekjes, pinda’s en dadels en na een km of 10 halen we in Aspindza brood. Al genietend langs de weg van een broodje jam, hebben we de indruk dat er veel verkeer is, maar eenmaal weer op de fiets, oogt het rustiger.

Tot aan Minadze, op 43 km vanaf de start, fietsen we langs een rivier, waarvan ongeveer 35 km door een nauwere kloof met ruige rotspartijen gaat. De weg is grotendeels goed, maar heeft soms hobbels en gaten, dus is het wel oppassen. Ook hier rijden soms Iraanse trucks, maar het verkeer is te doen. Verder delen we de weg soms met koeien en honden. Het valt op dat zowel gisteren als vandaag regelmatig politie en/of andere wagens met rood-blauwe zwaailichten rondrijden.

Het is 11 uur als we in Achaltsiche arriveren en we op zoek gaan naar een terrasje annex toiletstop. Het eerste terras lijkt een gezellig omheinde plaats met chagrijnig ogende dames, het volgende bij de speeltuin oogt hectisch met ernaast allerlei kinderactiviteiten en het laatste is bij een hotel. We gaan terug naar het eerste terras, maar als de bediening het totaal laat afweten, gaan we alsnog naar het hotel waar we genieten van een vruchtencocktail en cappuccino.

In het stadje spreken we een Schot, een werknomade, die het werken in een nieuw land, afwisselt met het maken van racefietstochtjes. Eerder deed hij dit in Barcelona, nu kijkt wat de mogelijkheden in Kutaisi, waar hij nu zit, en Tbilisi zijn; tot nu toe vindt hij de mensen nog niet zo vriendelijk.
Het kasteel dat we al van verre zagen liggen, zien we nu goed; we vinden het te warm om erheen te klimmen. Ik doe inkopen bij een supermarkt, terwijl Michiel wacht op de khachapuri die vers gebakken wordt.

Zoek de verschillen

Het eerste deel van de weg vanaf Achaltsiche richting Batumi is nog druk met soms stevig rijdend verkeer. Later wordt het rustig. Het is een mooi bergachtig gebied en de route gaat geleidelijk op en neer. Er is veel landbouw en later zijn er kleine, knusse afgezette stukjes land. Paarse en witte bloemen kleuren de omgeving. Het klooster van Zarzma zien we liggen. De laatste kilometer ernaar toe is er nog een steile klim van 14%.

In dit klooster wonen 11 bebaarde monniken. En als je denkt dat het een verlaten plek is, vergis je je. Georgiërs bezoeken regelmatig kloosters en kerken en zijn religieuzer dan we ons vooraf gerealiseerd hadden. Deze weken zien we vaak dat mensen een kruisje slaan bij een kerk, zo ook onze gids gisteren, een kaarsje branden, of de afbeeldingen van heiligen kussen of met het voorhoofd aanraken. Vandaag blijkt het feestdag Nino en is het nog drukker. Wij zijn de enige buitenlanders.

Bij het enige guesthouse dat we net -op weg naar het klooster- zagen, leken geen mensen aanwezig. Daarom pols ik bij de monnik in het relikwieën winkeltje of hier gastenkamers zijn. Dat is niet het geval; hij verwijst ons naar het guesthouse.
Daar is inderdaad niemand. De overburen geven ons het telefoonnummer, maar we hebben geen lokale simkaart. Zij bellen voor ons en gebaren met kruisende armen dat we daar niet terecht kunnen. Zij verwijzen ons naar het klooster.

We klimmen terug naar het klooster en gaan naar de monnik van zojuist, die overlegt met één van de andere monniken. Ook zij bellen het guesthouse en het blijkt dat het t/m september vol geboekt is met bouwvakkers die er verblijven.
We mogen onze tent op een stukje grond van het klooster, dat buiten het kloosterterrein ligt, opzetten. De fietsen kunnen op het kloosterterrein blijven staan en naast het complex zijn openbare toiletten. Over anderhalf uur zijn we welkom bij het diner. Een koe wandelt het veldje op…hopelijk laat hij de tent heel.

Het is geweldig dit mee te maken, met de 11 heren aan tafel en een aantal orthodoxe kinderen dat hier rondloopt en helpt. In het dorpen wonen ook veel moslims; het onderlinge contact is goed. De monniken koken per toerbeurt. Vanavond is er een groente-paddenstoelensoep, salade, brood, aubergine, aardappelsoep en kersen in honing. De gebakken eieren en gebakken aardappels zijn al op. In de ruimte hangt een postkaart met de molens van Kinderdijk; toegezonden door Nederlanders die hier ooit waren. Een aantal monniken kijkt al lachend gezamenlijk op een smartphone. Wifi is hier niet.

Graag maak ik een foto van dit tafereel, maar ik durf het niet te vragen. Later geven we de Engelssprekende monnik ons magneetkaartje en een cake voor hen om te delen.
Hij is 40 jaar en heeft nog met Russen en Armeniërs in de VS gewoond. Negen jaar geleden is hij monnik geworden en is zijn leven totaal veranderd. Het was zijn roeping, het was wat hem betreft geen keuze. Hij zegt dat het moeilijk is monnik te zijn, en dat het lastig is om dat uit te leggen. Het is me niet duidelijk of hij bedoelt dat het lastig uit te leggen is, of dat hij het te persoonlijk vindt om te vertellen. We vertellen hem dat we naar Svaneti gaan. Hij weet dat het daar mooi is, maar is er nooit geweest. Ik vraag hem of hij mag reizen. Hij antwoordt dat het aan jezelf is of je dat wilt of niet.
Reeds om 22 uur gaan we onder zeil.

Zondag 2 juni
Zes uur staan we op en de lucht is strak blauw. We hebben geluk dat de tent geen condens heeft en droog de tas in kan. Bij het klooster laden we de bagage op en als later de kloosterhond aan de ketting ligt kunnen we veilig water tappen. Een monnik zwaait naar ons; we weten niet of dat de monnik is waar we contact mee hadden. Als we eigenlijk nog een donatie willen doen en hem zoeken, kunnen we hem niet vinden. Meer dorpelingen zijn al vroeg in de weer. Het is 7.45 uur als we op de fiets stappen.

Terug op de “hoofdweg” start direct het onverharde deel dat de komende kleine 50 km aanhoudt. Twee jongens lopen langs de weg, horen ons niet aankomen, schrikken zich rot, waarna ze de slappe lach krijgen. De eerste 20 km is het klimmen, al is er na 6 km een korte daling, met daar in de buurt een restaurantje dat nog gesloten is.

Een enkele waterval zorgt ervoor dat we door het water moeten fietsen of lopen. We spreken Duitsers die per busje reizen. Zij waarschuwen al voor de laatste waterloop die we moeten doorkruisen, maar geven aan dat het wel mogelijk is. We halen beiden wel een paar natte schoenen.
Ondanks het onverharde wegdek is het een prima klim, mede omdat we al op het ergste voorbereid waren. Nabij de top, de Goderdzi-pas van 2025 meter, zijn twee dorpjes. Tot de top zijn we, op deze hoofdweg naar de kust, hooguit 40 auto’s tegen gekomen.

Op de pas halen we cola, tomaat en droog oud brood dat we voor het winkeltje opeten. Dat kan; hier ontstaat niet direct een gesprek, zoals dat in Iran het geval was. Attent brengt iemand een bordje en mes.
Michiel draait een boutje van de fietsstandaard van een jongen vast; een duidelijk “thank you” volgt.

Tijdens de afdaling ontmoeten we een Duitse fietser; zij is vanaf thuis vertrokken en gaat nog naar Armenië en dan via Oekraïne terug.
Het is een mooie omgeving waar we regelmatig gehuchtjes tegenkomen, die vaak een winkeltje hebben. In het eerste deel van de afdaling zien we veel “guesthouse” bordjes, mogelijk is dat ook vanwege het skigebied.

Het gereedschap toveren we voor de tweede keer vandaag weer uit de tas om een spd-plaatje aan te draaien en mijn stuurtashouder provisorisch vast te zetten; de kabel blijkt geknapt te zijn. Dat vastzetten lukt niet, dus binden we de tas achterop.
Weer komen we een fietser tegen, ditmaal een Duitse man, die ons een guesthouse in een plaatsje verderop tipt. In dat plaatsje is ook een ongezellig en duur hotel, maar via de Tourist Information is hij alsnog bij het guesthouse beland. Hij legt ons uit hoe het te vinden, en we vinden het terug op onze (digitale) kaart. ’s Avonds blijkt dat dit inderdaad een super adres is.

De omgeving is mooi en groen, al zien we nog meer van het onverharde wegdek dat al onze aandacht vraagt. Na totaal 30 km afdalen, met eerst nog een steile klim voor Khulo, start het asfalt. Dit is het toetje van de dag met 16 km dalen over asfalt. Alleen tijdens de laatste 6 km moeten we ons nog twee keer inspannen bij een kort steil klimmetje.

De kleinzoon in het guesthouse spreekt Engels en ontvangt ons vriendelijk. Zijn ouders en zusje zijn in Batumi. Hij belt hen om te overleggen over de kosten. Opa en oma zijn thuis en oma bereidt een super diner.
Hij vertelt dat hier een keer een Nederlandse fietser was die een filmpje gemaakt heeft. Het blijkt dat wij dat filmpje gezien hebben tijdens het vergaren van informatie voor onze reis.

Maandag 3 juni
Omdat het slechts 65 km naar Batumi is en het vooral daalt, staan we pas na 8 uur op. Als we net een bamisoepje bereiden als ontbijt, komt de zoon des huizes vertellen dat het ontbijt klaar staat…dat wisten we niet.

We genieten van een heerlijk uitgebreid ontbijt met o.a. vijgen in siroop en een soort pannekoekenwentelteefjes. Ze verdienen een fooi.
Oma is zeer enthousiast als we haar ons magneetvisitekaartje geven.
Na één -Georgische- en de drie -Nederlandse- zoenen, vertrekken we.

Vrijwel direct fietsen we tegen de Braziliaanse Larissa en Pierre uit Straatsburg aan, die nog negen maanden mogen fietsen. We kletsen een tijd en ik geef haar een blouse en sjaal voor Iran.

De route gaat nog wat op en neer door een flink groen gebied, met aan de linkerkant de vlot stromende rivier en aan de rechterkant de bergwand. We passeren meerdere oudere (wandel)bruggen, waarvan o.a. de Dandalo Brug op de kaart genoemd wordt, omdat deze historisch interessant zijn.

Ik heb de indruk dat sinds we gisteren de top gepasseerd zijn, er minder vaak honden zijn. Mogelijk komt het omdat in dit gebied meer -Islamitische- Turken schijnen te wonen. Wel lopen er regelmatig koeien op de weg. De tegenwind is verfrissend op deze (weer) warme dag, al neemt de bewolking toe en is de zon minder brandend. Afhankelijk van hoe de weg zich langs de rivier slingert, zitten we soms weer in de luwte.

Naarmate we Batumi naderen wordt het drukker. Een enkele auto vindt het nodig om, tegemoetkomend, via onze weghelft in te halen. Dat gebeurt wel eens vaker en soms schud ik “nee” om duidelijk te maken dat ik daar niet gelukkig mee ben. Later is het getoeter, dat waarschijnlijk uit enthousiasme is, maar waar ik van schrik, me even teveel. Ik vloek er even op los; ze verstaan me vast niet, tenzij het net Sandra Roelofs, de vrouw van de oud-president, is.

Aan het begin van Batumi staan veel platanen. De hectiek doet zuidoost Aziatisch aan. Pierre en Larissa adviseerden een iets langere, doch rustigere route via de luchthaven te nemen, naar het aan de kust gelegen centrum. We vinden een rustige route, wat een verademing is. Langs de kiezelstenenkust ligt een, deels fluorescerend rood, fietspad. Is dat volgens de gewenste kleurstalen aangelegd?
Zij vonden de stad een mix van Dubai en Cuba; aan de kust zien we direct wat ze bedoelen. Het is een apart toeristenoord; ook wel vermakelijk.

Omdat de Wifi die we opsporen, niet krachtig genoeg is, gaan we naar de Tourist Information waar we ook van de Wifi gebruik kunnen maken om een guesthouse te zoeken. Ook bespreken we met een medewerker de opties om noordwaarts te gaan. Omdat we vermoeden dat dat een drukke route is, vragen we naar de trein- en busdiensten, die beperkt schijnen te zijn. De medewerker blijkt, tegen onze verwachting in -hoezo vooroordelen- een fietser, en geeft aan dat het wel te doen is om te fietsen. We tippen hem nog Warmshowers.

Bij het guesthouse dat we op het oog hebben is niemand aanwezig. Het lukt om op straat een open Wifi te vinden en een ander guesthouse in de buurt blijkt een schot in de roos. Er is een mooie kamer met eigen sanitair en een afsluitbare steeg voor de fietsen.
De eigenaar laat ons foto’s en filmpjes van bezienswaardigheden in de buurt zien, terwijl we genieten van de druivenpudding die ze ons toestoppen.

Na aankomst in de stad had ik het al snel gehad hier, maar we besluiten dat het toch fijn is een rustdag te plannen. Mogelijk lukt het mijn stuurtashouder te repareren; de fietsers tipten ons eens langs te gaan bij Veloman Adventure Shop.

Dinsdag 4 juni
De klam geworden biljetten leggen we te drogen en na de handwas wandelen we door de stad. De genoemde fietsenmaker heeft geen Ortlieb materiaal; wel kan hij mogelijk een reparatie met de gebroken kabelstukken doen. Daarvoor moeten we natuurlijk langskomen met de fiets; we verwachten daar niet veel van en besluiten er niets aan te doen. Een kleermaker repareert een bandje van de slaapzakcompressiehoes; ik vind het altijd leuk van dergelijke diensten in het buitenland gebruik te maken.

Ook hier trekt de kathedraal, met buiten de bedelaars, de religieuze Georgiërs. Zitbanken ontbreken regelmatig in de kerken; zullen er geen diensten zijn of staat men dan?

Het Batumi Piazza bestaat uit een nieuw plein met terrasjes, omringd door gebouwen uit 2009 die in Venetiaanse stijl gebouwd zijn.

Tegenover de Sint-Nicolaaskerk plukken we, net als de lokalen, wat van de fruitboom.

Bij de haven zien we een groep fietsers; dat zijn de Litouwers over wie we al gehoord hadden. Een aantal mensen hoopt boottripjes aan ons te slijten. Na de Kaspische Zee in Iran, willen we hier natuurlijk ook de Zwarte Zee aanraken. Michiel ploft even neer op een strandstoel en direct komt er iemand op ons af, die ons, in het vermoedelijk Georgisch, aanspreekt; mogelijk zijn ze bedoeld voor de verhuur.

Larissa was lyrsich over het Luca Polare ijs. Het cafeetje dat het verkoopt, heeft kassaproblemen en dus verkopen ze nu geen ijs. In een park halen we schepijs, waarbij we de indruk hebben dat ze ons meer laat betalen dan het bord aangeeft. We gingen bewust naar een zaak waar de prijzen genoemd staan. Volgens de medewerkster gaan de prijzen bij het schepijsplaatje over het softijs. Tja…we maken er verder geen punt van.

We kopen de niet al te zoete, doch energierijke Tsjoertsjchela, een Georgische snack gemaakt van walnoten en druiven. Ideaal voor de komende fietsdagen.

Het is klam en we gaan terug naar het guesthouse. Bij een bank wisselen we geld; hierbij moet je je altijd legitimeren. Voor de avond halen we o.a. khinkali’s -met kaas en aardappel gevulde dumplings-, die we m.b.v. de waterkoker opwarmen. Regelmatig zien we drinken getapt en verkocht worden uit gele tanks. Jong en oud drinkt ervan. Nieuwsgierig proberen we het verfrissende drankje, waarvan we de naam niet weten, dat qua smaak doet denken aan een mix van alcoholvrijbier en ijsthee.
Thuis zie ik op de foto dat het Kbac heet en onze bevindingen kloppen aardig met de informatie die ik vind.